Verwenteling

Aan de rand van het vers gedolven graf keek hij naar beneden. Het graf was dieper dan hij had verwacht. Voorzichtig ging hij naast het graf zitten, zijn benen bungelend over de rand. Hoe zou het zijn om onder in het graf op de bodem te liggen. Hij aarzelde even, zette zich toen af en sprong naar beneden. Stukjes aarde, afkomstig van de rand, vielen hem achterna.

Het was begonnen toen hij een dode muis in de tuin vond. Het leek alsof de muis sliep, maar toch wist Eli dat wanneer hij de muis een duwtje zou geven, deze niet zou opspringen en weglopen.

Vanaf dat moment zag hij overal dode dieren. Vaak ging het om vogels die zich te pletter hadden gevlogen tegen een ruit of die in de klauwen van een kat waren gevallen, maar soms had hij geluk en trof hij grotere dode dieren. 

‘Schapen sterven als ze op hun rug liggen.’ vertelde een boer toen ze met school op excursie waren. ‘Als je een schaap ziet liggen, moet je altijd de boer waarschuwen of het schaap overeind helpen. Ze kunnen zichzelf niet terugrollen en door het gewicht komen hun longen in de verdrukking. Als een schaap te lang op zijn rug ligt, stikt het.’

Hij wist genoeg.

Als snel overleed een onverklaarbaar groot aantal schapen in de buurt aan verwenteling. Boeren tastten in het duister hoe het kon dat zoveel schapen op hun rug terecht kwamen. Toen ze met vrijwilligers gingen patrouilleren hield de sterfte net zo plotseling op als deze was begonnen. Eli miste als meest fanatieke vrijwilliger geen rondgang.

De bodem was niet echt vlak, maar het graf was wel breed genoeg om een flinke kist te kunnen herbergen. Het was er koel. De zachte zanderige muren ademden koude lucht. Hij ging op zijn rug liggen, sloot zijn ogen en vouwde zijn handen. Zo moest het dus zijn.

Hij was zijn fascinatie voor dode dieren definitief kwijt geraakt, toen zijn opa overleed. Hij had hem minutieus bestudeerd: de verdwenen pijn en vermoeidheid in zijn gelaat, de veranderde huidskleur, de benige handen die gevouwen op zijn borst lagen.

Na het afscheid van zijn grootvader werd hij trouwe bezoeker van condoleances en begrafenissen. Niet om de naasten van de overledene met hun verlies te condoleren, meestal kende hij de overledene niet, maar wel om een blik in de kist te kunnen werpen. Soms werd hij aangesproken door een familielid:

‘Hoe kende jij mijn moeder?’ 

‘Ik ben de postbezorger.’

Eén keer ging het bijna mis toen een dochter zich meende te herinneren dat de postbezorger een vrouw was. Hij was snel vertrokken.

Toen hij bij een begrafenis meeliep naar de begraafplaats, ontdekte hij de schoonheid ervan. Vanaf dat moment was hij daar bijna dagelijks te vinden, mijmerend bij een sober of juist uitbundig graf.

Het zachte ruizen van vallend zand verstoorde zijn gedachten. Toen hij zijn ogen opende, kon hij nog net zien hoe het graf instortte.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op