Roofvis

Haar ademhaling wordt regelmatiger. Voorzichtig staat hij op. Hij schiet in zijn spijkerbroek en t-shirt. Bij een kreetje van zijn jongste bevriest hij, zijn hoofd gebogen onder het lage tentdak. Het blijft stil. Hij ritst de tent open en ademt de frisse nachtlucht in. Vlug naar de auto. Hij laat de lampen uit als hij wegrijdt.

Het autoraampje open, de wind blaast in zijn gezicht. Wat voelt hij zich raar. Blij, schuldig, nerveus, verwachtingsvol. Alsof iemand willekeurige emoties in een pot heeft gedaan en geschud. En die pot, dat is zijn hoofd. Hij klemt het stuur vast. Dit heb ik nodig, zegt hij tegen zichzelf. Dit is één keer. Na vanavond ben ik een leukere vader, een meer toegewijde man. 

Hij ziet Le Barracuda van ver. De laser op het dak lonkt. Op het parkeerterrein is het dreunen van de bassen al te horen. Hij haalt een hand door zijn haar. Een motje vliegt vlak langs zijn gezicht. Hij duikt weg, stoot zijn hoofd tegen de auto. Gelukkig let niemand op hem. 

Binnen ruikt het naar zweet, parfum en drank. Aan de bar bestelt hij ‘une bière’. Hij klokt het achterover. Nog twee. Langzaam ontspant hij zich. Hij loopt de dansvloer op en geeft zich over aan het dreunen. Als een hartslag die zijn lijf regeert. Het is te ver gekomen, de afgelopen maanden. Alsof ik steeds verder naar binnen vouw. Straks is er niets meer van me over. Alleen deze bassen overstemmen het malen in mijn hoofd.

Bij mensen voelde hij zich nooit op zijn gemak. Bij dieren was het zich veilig. Door hen werd hij niet beoordeeld. Maar nu gaat hij loopt hij hooguit tot zijn enkels de zee in; hij vermoedt haaien. Bij het wandelen in de bergen schiet hij uit zijn slof als zijn oudste een steen omdraait – er kan een slang onder zitten! In de tent krioelt het van de insecten. Of ze nou kruipen, vliegen, springen of zwemmen, ze willen hem.

Hij zweet. Nog een bier. Hij sluit zijn ogen en deint mee. Er is niets meer dan dit. Handen glijden op zijn heupen. Een warme ademhaling in zijn nek. Donker haar, tenger. Haar onderlijf tegen dat van hem. De beat leidt. Zijn hartslag, hun ritme. Hij negeert het zeuren achterin zijn hoofd. Het is alsof ze hem weer open vouwt. Hem in zichzelf laat terugkeren. Haar lome tong laat hem duizelen. Ze halen bier. Shotjes. Nog meer dansen. Het wordt wazig, maar dat geeft niet. Morgenochtend haalt hij croissantjes. Haar donkere ogen. Ze trekt hem mee. ‘Viens, chérie!’ 

De zon is meedogenloos. Direct knijpt hij zijn ogen weer dicht. Zijn mond is droog. Hoe laat is het? Hij zoekt zijn telefoon. Zijn nagels krassen door grind. Hij schiet overeind. Achter het struikgewas ligt Le Barracuda. De deuren zijn dicht, het parkeerterrein leeg. Te leeg. Waar is zijn Volvo? Hij klopt op zijn zak. Geen sleutel. Geen telefoon. Geen portemonnee. Hij ramt zijn vuist in het grind. Op zijn arm zit een sprinkhaan.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op