Langer werken

Onlangs staakten medewerkers van het openbaar vervoer voor een beter pensioen. Ze willen eerder met pensioen dan nu de bedoeling is. Op een website ontdekte dat ik met de huidige wetgeving tot mijn 68e en 3 maanden zou ‘moeten’ blijven werken. Nu heb ik voornamelijk zittend werk en zo lang mijn hoofd goed blijft kan ik wel tot mijn 80e door. Tenminste, als er geen nieuwe belemmeringen zoals herregistratie-eisen van buiten af worden opgelegd door verzekeraars, politiek of beroepsgroep.

Langer moeten werken zou voor mij dus niet een probleem zijn, of ik het ook wil is een tweede. Voor mensen in de zorg, die gemakkelijk 10 km op een dag lopen, stratenmakers of voor mensen met wisselende diensten is werken tot 65 jaar vaak al lang. Ik begrijp de stakers daarom wel.

Ik begrijp echter ook dat het oude pensioenstelsel, AOW op je 65e, niet meer te betalen is. Dat was in de zeventiger jaren van de vorige eeuw anders. Toen werden VUT-regelingen in het leven geroepen om de werkeloosheid tegen te gaan. Langer leven en meer tijd om leuke dingen te doen. Helaas werd de VUT door de vergrijzing onbetaalbaar en nu dus ook een pensioenleeftijd van 65 jaar.

Werkgevers staan nu voor de uitdaging om oudere werknemers zo lang mogelijk gezond aan het werk te houden. Dat is in deze snelle tijd geen gemakkelijke opgave. Technologische ontwikkelingen gaan momenteel sneller dan één generatie werknemers kan bijhouden. Een medewerker loopt bij wijze van spreken al achter als zij van de opleiding komt. 

Regelmatig zie ik oudere cliënten die tegen grenzen aanlopen. Soms zijn het irreële verwachtingen van veel jongere collega’s die er eigenlijk liever een leeftijdgenoot bij hebben, soms hebben ze een leidinggevende die niet goed weet hoe hij medewerkers met veel kennis en ervaring wel kan inzetten. Je kunt een medewerker blijven inpeperen dat zij inhoudelijk niet meer helemaal bij de tijd is, je kunt de medewerker ook vragen om haar competenties te gebruiken om andere mensen te coachen.

Natuurlijk missen sommige clienten ook de flexibiliteit om om te gaan met de zoveelste reorganisatie. Het leidt vaak tot verkramping en het gevoel niets meer goed te kunnen doen, niet alleen op het werk, maar ook daar buiten. Ik heb zelf wel moeite met een samenleving waarin we enerzijds willen dat iedereen langer blijft werken, maar waar we anderzijds eigenlijk geen plek meer willen maken voor zestigplussers op het werk.

Ook mijn vak blijft zich ontwikkelen. Het inspireert me en door nieuwe opleidingen en ervaringen kan ik me nog steeds verbeteren. Het helpt me daarnaast om negatieve ontwikkelingen zoals alweer een stelselwijziging of de administratieve druk die me wordt opgelegd, van me af te laten glijden. Het blijft echter zoeken naar een balans. Soms moet je werk wel heel erg leuk zijn om door te gaan. Ik blijf mijn best doen om psychologisch flexibel en gezond genoeg te blijven om nog lang dit mooie vak uit te oefenen. Als zelfstandige ben ik mijn eigen uitdaging.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op