Stil water

Help’ riep hij, ‘help me toch! Alsjeblieft!’

Ze keek rustig naar haar man die verwoede pogingen deed om uit het kanaal te klimmen. Keer op keer gleden zijn handen weg van de oever totdat hij geen kracht meer over had.

Ze schonk zichzelf nog een beker rooibos thee in en pakte haar breiwerk op. Voorzichtig haalde ze het garen van de pennen en maakte er mooie bolletjes van.

Hij viste graag en als het weer niet te slecht was, ging ze mee. Het ruizen van de wind, het stromen van het water en zo nu en dan het geluid van de werpmolen van de hengel. Ze werd er rustig van. In de loop der jaren hadden ze op veel verschillende plekken gevist, maar dit was haar favoriete stek. De plek lag wat afgelegen zodat je geen last had van voorbijrazend verkeer. Bovendien was er enige beschutting van bomen en struiken.

Aan de overkant zag je uitgestrekte weilanden waarin koeien voor zonsopgang werden gewekt door het gezang van de vogels, waarna ze zodra het licht werd uit mistflarden leken op te stijgen. 

Dertien jaar geleden hadden ze elkaar leren kennen op de markt. Zij bracht daar haar zelfgebreide truien aan de man, hij verkocht er honing die hij in zijn vrije tijd als imker vergaarde. Zij had een potje bij hem gekocht. Ze hield weliswaar helemaal niet van honing, maar hij had haar zo vriendelijk toe gelachen. Al snel waren ze onafscheidelijk en na een paar maanden waren ze bij elkaar ingetrokken. Bij elkaar vonden ze een vertrouwdheid die ze in eerdere relaties hadden gemist. Zij vond het heerlijk om hem te verwennen. Hij genoot ervan geliefd te zijn.

In de loop der jaren kwamen wrevel en ergernis ongemerkt in de plaats van herkenning en verbondenheid. Zij vond dat zijn passie voor bijen, tuin en vissen een obsessie was geworden waarvoor alles moest wijken. Haar eerste plaats had ze verloren aan snoekbaars en stokrozen.

Hij verweet haar gebrek aan initiatief. Een wandeling samen of naar de film, hij moest het altijd voorstellen. Vrienden uitnodigen of vakantieplannen maken, het moest van zijn kant komen. Om haar uit haar tent te lokken had hij haar zelfs eens voorgesteld om te gaan parachutespringen terwijl hij wist dat ze hoogtevrees had.

‘Wat moet ik doen om je in beweging te krijgen,’ had hij haar een keer woedend toegeroepen. ‘Zeg toch eens wat jij wil!’

‘Ik ben gelukkig als jij gelukkig bent.’

Hij was niet meer zo gelukkig. Zij voelde zich eenzaam.

‘De achterkant van je trui is bijna klaar,’ zei ze. ‘Hoe wil je de voorkant? 

Hij worstelde met zijn hengel, veegde zweet van zijn gezicht en haalde de lijn voorzichtig binnen.

‘Wat?’ vroeg hij verstoord. ‘Ik ben nu even bezig. Hou toch eens op over die truien. Ik draag so wie so liever shirts.’  

Terwijl hij voor over boog om een snoek uit het kanaal te halen, verloor hij zijn evenwicht. Geruisloos gleed hij het kanaal in. Stoïcijns bleef zij voor zich uit staren.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op