Sprookje voor wie het niet meer weet

Toen hij het allemaal niet meer wist besloot hij te gaan vliegeren. Wellicht zou de zeelucht zijn kop leegwaaien. Op een eenzame wandelaar met zijn hond na was het strand leeg. Niet nadenken, zei hij tegen zichzelf. Touw afrollen en vliegeren. De vlieger danste in de wind. Steeds harder trok de zuidwester aan het touw. Zijn voeten kwamen los van de grond. Wat zal het ook, dacht hij, ik weet het toch allemaal niet meer, en liet zich meevoeren. 

Over zee ging het, waar golven begerig aan zijn voeten likten. Over bossen, waar bomen hun takken naar hem uitstrekten. Over gras dat er zo zacht en verleidelijk uitzag dat hij de vlieger smeekte hem hier neer te zetten. Maar de vlieger luisterde niet. Pas boven een volgende zee begon de vlieger te dalen. Hulpeloos klom de man hoger in het touw, maar de vlieger bleef dalen. De man klemde zijn ogen dicht en deed ze direct weer open. Hij voelde geen golven. Hij stond op iets stevigs! 

Hij stond op een eiland. Een klein, grijs eiland. Vaste grond onder zijn voeten! Juist op het moment dat hij opgelucht adem haalde begon het eiland te bewegen. Van schrik liet hij de vlieger los. Het eiland begon te praten. ‘Waar gaat de reis heen? Zeg het maar, ik breng je overal.’ De vriendelijke stem kalmeerde de man. Hij durfde wat terug te zeggen tegen de walvis, want dat was het. ‘Wat aardig van je. Helaas weet ik niet waarheen. Ik weet het allemaal niet meer, zie je.’ De walvis lachte en zwom direct weg. 

De walvis zwom een dag en een nacht. De man begon honger en dorst te krijgen. En hij moest ontzettend nodig plassen. Net toen hij dacht dat hij het niet meer uit zou houden kwam er land in zicht. De walvis zwom bijna tot aan het strand en gaf hem een zetje. Opgelucht liep de man de laatste stappen naar het strand, draaide zich toen om, liet zijn broek zakken en plaste in zee. 

‘Wat doe je nou? Hou daar onmiddellijk mee op!’ Verschrikt liet de man zijn geslacht los. Een vrouw snelde op hem af. ‘En nou plas je ook nog op je broek.’ Hoofdschuddend stopte ze alles waar het hoorde, ritste zijn broek dicht en wees naar links. ‘Daar, bij die rots, kun je plassen. Vijf keer per dag.’ Ze wees naar rechts. ‘Daar zijn bedden. Daar kun je slapen tussen tien uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends. En hier, waar we nu staan, daar kun je je om half zeven ’s ochtends wassen.’ Een vreemd gevoel van opluchting maakte zich van hem meester. Wat een heerlijk, overzichtelijk en vooral duidelijk bestaan. Hij glimlachte naar de vrouw. ‘Wie ben je?’ ‘Ik ben de vrouw die alles weet’, sprak ze vlot, ‘wist je dat dan niet?’ Hij pakte haar hand. ‘Ik ben zo blij dat je bestaat. Mag ik bij je wonen?’ 

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op