Roze of blauw

Op straat ligt een touwtje. Het is lichtblauw en roze. Twee in elkaar gedraaide strengen. Ze volgt het met haar ogen. Waar eindigt het? Af en toe schuift de wind het heen en weer. Ze pak het en trekt eraan. Het geeft niet mee. Verwachtingsvol kijkt ze naar het einde van de straat. Zou er iemand tevoorschijn komen? 

Ze besluit het touwtje te volgen. Als ze na een tijdje weer opkijkt is ze bij een park. Bij de ingang staat een clown. In zijn hand heeft hij een grote tros lichtblauwe en roze ballonnen. Het touwtje verdwijnt in de tros. De clown schrikt als hij haar ziet. ‘Nee, je kunt hier niet komen. Zo is het niet bedoeld!’ Hij begint te huilen. 

Ze probeert langs hem te gluren. Wat is dit voor feest? De clown buigt zich in haar gezichtsveld. ‘Niet kijken! Niet doen! Anders…’ Hij barst opnieuw in snikken uit. Ze rilt en kijk dan verbaasd naar haar blote benen. Waarom heeft ze alleen een nachthemd aan? 

Een trompet snijdt door haar verbazing. Een reusachtige beer duwt haar met zijn ene poot naar binnen, terwijl hij met zijn andere poot op zijn trompet blijft spelen. Vaag herkent ze de melodie. Is het ‘Slaap, kindje slaap’? Confetti knalt door de lucht en kriebelt in haar nachthemd. Ze schudt het uit. Roze en blauwe snippers vallen op de grond.

Er is kermis. De karretjes van de achtbaan ratelen. Vrouwen gillen als ze in een volgende afgrond vallen. Overal klinkt muziek. De beer duwt haar een mensenmenigte in. Er zijn alleen maar vrouwen. Glanzende vrouwen. Zijn ze allemaal dezelfde of zijn ze allemaal verschillend? ‘Roze of blauw! Suiiiikerspinnen! Roze of blauw!’ Een hond met een suikerspinkraam op zijn rug wringt zich door de menigte en blijft voor haar staan. ‘Wat zal het zijn, roze of blauw?’ Hij kwispelt er vrolijk bij. ‘Eeeuhmm… ik heb eigenlijk niet zo’n trek..’ stamelt ze. ‘Heb je misschien ook water?’

De muziek stopt abrupt. Attracties vallen stil. Opeens zijn er geen bomen meer, geen door blaadjes gefilterd zonlicht. Vijf in het zwart geklede mannen komen op haar af. Hun voetstappen galmen door de zwarte loods. Waar zijn de glanzende vrouwen? De voorste man wil haar arm vastpakken. De clown springt ervoor. Hij is er blijkbaar nog wel. Het tl-licht maken de kleuren op zijn pak schreeuwerig. ‘Niet haar, laat haar gaan! Ze kan er niks aan doen. Ze wilde wel! Ze wilde het! Echt waar!’ Hij klinkt paniekerig. Ze proeft zout.

Met een schok schiet ze rechtop in bed. Haar wangen voelen nat. Ze tilt de deken op en gilt. De rode vlek op haar nachthemd wordt langzaam groter.

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op