Ilse

Jarenlang had ze met haar man een frituur gerund bij het strand. Met niets begonnen, altijd werken, ondertussen een handvol kinderen gekregen, en altijd maar werken. Het ware slechte tijden, toen haar man overleed en zij met schulden en kleine kinderen achterbleef. Ze zette door, wat kon ze anders, er moesten monden gevoed worden. Van kinderen, van toeristen, van meeuwen.

We kwamen samen terug uit het kamp, zei ze, we begonnen met alleen een washandje.

Die tijd lag ver achter haar, ze had het gered, kinderen volwassen met drukke gezinnen, zij een fijn appartement in de luwte van de stad, tijd om uit te rusten van het leven. Nee, ze zou het nooit verleren. De vingers stram, het lijf krom en versleten, maar de vanzelfsprekendheid en snelheid waarmee zij iets te eten of te drinken op tafel toverde als je even aankwam – de snackbar was nooit uit haar gegaan.

Ik zal je leren koken, kijk, zo doe je dat. Ze ging te snel, het was al weer gebeurd, frituurvet heeft geen geduld.

Eenmaal aan tafel kwam ze wel eens te praten. Over het leven, haar man, haar kinderen, die hun eigen levens hadden. Over haarzelf sprak ze weinig. Nee, mijn leven ging ook over anderen. Dan staarde ze naar buiten. Lang staarde ze naar buiten. Haar pijn en de stilte verdiende respect. Nu was ze moe, en klaar.

Het duurde heel wat bezoeken voordat ze aanvaardde dat ik voor haar kwam, en niet voor de koffie, de omelet, de zalm. Dat ze mijn vraag ‘hoe gaat het met je’ niet meer beantwoordde met ‘ik heb verse vis in huis, ik maak wat voor je’. Maar we kwamen er, de lange stiltes en het staren werden soms verhalen, soms gesprekken.

Zo is het genoeg, ik zal je nog es wat vertellen. Als het haar te zwaar werd, onderbrak ze zichzelf en begon ze me te onderrichten. Ik heb geleerd hoe ik een overhemd strijk, ik heb geleerd cakes te bakken, zalm. Ze leerde me koken met een schaar. Groentes, vlees, pizza, gebakken eieren. Overal ging de schaar door. Snel en met resultaat.

We zijn geen buren meer, ze is al jaren overleden, wat is de tijd verder gegaan. Onze gesprekken zijn me altijd bij gebleven. Nee, niet onze gesprekken. Haar verhalen, haar fragmenten van verhalen. Haar zwijgen. We hadden alleen een washandje. Haar kromme handen.

Echt dood is ze niet, vind ik. Ze leeft voort in de verhalen die wij vertellen over haar. Haar naam wordt genoemd als we een pan met gebakken eieren in stukken knippen, ieder ons deel. Of tosti’s.

Lieve Ilse, voor altijd.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op