Hoe schrijf je jouw verhaal?

Begin dit jaar vertelden columnisten van De Volkskrant hoe hun verhalen tot stand kwamen. Maarten Ka was benieuwd hoe dat zat bij de schrijvers van 500 Magazine aan Zee. Een aantal wilde dat wel vertellen.

Schrijfstoel (Bea Jansen)

Ik zit in mijn favoriete stoel in het zonnetje met mijn voeten op de vensterbank. Het is vrijdag, mijn ditjes en datjes dag. Ik moet werken, maar verdwaal op Twitter. Ideeën voor verhalen staan in mijn notities. De gesprekken van afgelopen week echoën nog na in mijn hoofd. Het gaat alle kanten op. Met koffie installeer ik me weer in het zonnetje. Mijn laptop op schoot. Ik open Word en begin te schrijven. Heerlijk om in mijn hoofd orde te scheppen. Ik tik letters die woorden en zinnen worden. Cliënten dwarrelen door mijn hoofd en vallen samen met mijn fantasie. 

Natte inkt (Stefanie Schaap)

Soms denk ik hard, zo hard dat mijn hoofd leeg wordt en er niets op papier verschijnt. En soms, wanneer ik in gesprek ben met iemand, in de supermarkt loop en een komkommer zie liggen, of in herinnering terugga, is daar ineens een beeld. Dan voel ik de nood mijn pen te pakken, naar papier te graaien, mijn verhaal te doen. En vloeit het inkt uit mijn pen zoals golven het strand op rollen: soms rustig, soms wild. 

Papier-pen-dialoog (Cora van Berendonk)

‘Wat doet ze toch? Mij mikte ze in haar bureaula, ze verdraagt mijn maagdelijkheid niet.’
‘Mij smeet ze weg maar ik lekte inkt op de vloerbedekking.’
‘Echt? Was ze boos?’
‘Ze vloekte omdat ze mijn dop was vergeten.’ 
‘Wat doet ze moeilijk.’
‘Ze twijfelt of ze het kan, schrijven. Stom, ze vergeet steeds dat de beelden in haar hoofd vanzelf in woorden stromen als ze gaat zitten en ons pakt.’
‘Wacht, ze maakt aanstalten, ik zie het aan haar ogen. Aha, omtrekkende bewegingen: koffie, muziek, bureau leegmaken. Dat oogt veelbelovend.’
‘Hoera, ze pakt me.’
‘Ja! Mij ook! Aan het werk!’

Belevenis (Bert Roodhof)

Een vriend vraagt of ik plannen heb voor vandaag. Ik antwoord dat ik mijn activiteiten in de huis- en tuincategorie graag opschort voor een leuker alternatief. En zo komt het dat ik op een zonnige zaterdagmiddag in een oranje Lotus Elise door Noord-Holland rij. We hebben veel bekijks, niet in de laatste plaats doordat mijn vriend zo lang mogelijk in een lage versnelling blijft rijden. Vanaf de straat roepen twee jongetjes bewonderend ‘Wat een mooie auto!’. We rijden glunderend door. In mijn hoofd ontwikkelt zich langzaam een verhaal dat ik bij thuiskomst alleen nog maar hoef op te schrijven. 

Zonder titel (Gert-Jan van den Bemd)

Soms begin ik met een zin, zomaar een zin waarvan ik geen idee heb waar die vandaan komt of heengaat. Clark woonde halverwege Duke street, in een asgrijze bungalow met een plat dak.Die paar woorden roepen een complete wereld op. Ik zie een brede weg voor me, eerder een laan, met saaie voortuinen en armoedige huizen. Het is er stil. Iedereen is naar het werk, naar school, of zit binnen. Ook Clark is binnen, maar niet lang meer. Hij staat in het halletje, in zijn onderbroek. Hij opent de voordeur, haalt diep adem en rent dan gillend naar buiten.

Wanneer ben ik aan de beurt? (Bregje van der Steeg)

Voor ik er erg in heb gebeurt het. Bij een bloemenstal. Een man duwt een kar met bloemen. Hij kijkt niet eens, maar zijn stem galmt door mijn kop. ‘Schrijf je over mij, Bregje? Je moet mijn verhaal vertellen!’

Op kantoor praat een collega over een nieuwe brug. Zijn ogen schitteren. Zijn stem tettert in mijn hoofd. ‘Wanneer ben ik aan de beurt? Schrijf je vanavond over mij?’

Op de terugweg kom ik langs een oude dame, een hond en een ligfietser. ‘Hoe was je dag?’, vraagt mijn lief bij thuiskomst. ‘Straks!’, zeg ik, en klap mijn laptop open.

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op