Weg

Donderdag, eind van de middag, er zijn geen klanten in Mats Foonshop. Als er nu nog iemand een telefoon komt kopen, kan ik vanavond tenminste naar de film, denkt Mat. Het is verdorie geen vetpot. Hij grijnst, besluit om toch vast een film uit te zoeken op zijn telefoon.

Dan wordt de deur van de Foonshop met kracht opengegooid. Als Mat geschrokken opkijkt, herkent hij de man meteen. Hij is groot, dik, heeft lang rood haar in een staart, een woeste rode baard en ogen alsof hij ze voortdurend zo ver mogelijk openspert. De man is al een paar keer terug geweest met klachten over de telefoon die hij bij Mat heeft gekocht.

‘Het is klaar! Het is over! Je verruïneert mijn leven! Ik wil m’n geld terug en schadevergoeding!’
‘Rustig maar, rustig maar,’ sust Mat, ‘wat kan ik voor je doen?’
Dit is niet wat de man wil horen. Hij grist een vuil kopje van Mats koffiebarretje en smijt het op de grond. Het spat uit elkaar.
‘Dat is met mijn leven gebeurd door die klotetelefoon van jou! Ik moest haar bellen en dat ging niet meer, hij deed het gewoon niet meer en nu is ze weg!’
Hij graait het schoteltje van het barretje en smijt dat ook op de grond. Het spat ook uit elkaar.
Mat wordt boos en ongerust tegelijk, weet niet goed hoe hij moet reageren. ‘Als je wilt bellen,’ begint hij, maar de man laat hem niet uitspreken.
‘Bellen? Weg is ze, weg!’
‘Alsof dat door mijn telefoon komt,’ reageert Mat spontaan.
Ook dit is niet wat de man wil horen. Hij grijpt Mat over het koffiebarretje heen beet, trekt hem naar zich toe en duwt hem dan hard van zich af. Mat klapt met z’n hoofd tegen de plank achter zich en valt dan samen met alle kopjes en schoteltjes die erop stonden op de grond. Hij hoort nog een enorme dreun en dan het dichtslaan van de deur.

Het blijft stil. Het suist in z’n hoofd. Hij beweegt niet, maar alles draait. Ze komt wel weer terug, denkt hij. En anders niet. Zo is het leven. Ik probeer ook alleen maar te doen wat goed is. Wat moet je anders? Mats boosheid is weg, hij voelt zich somber en zwaar, weet niet waarom hij denkt wat hij denkt.
Na een tijdje krabbelt hij voorzichtig overeind, snijdt daarbij z’n vinger aan een scherf van een koffiekopje. Als hij staat ziet hij z’n espressomachine niet meer op het koffiebarretje. Ze ligt op de grond midden in z’n winkeltje.
Mat voelt z’n woede opkomen en met de woede scherpe pijnsteken in z’n hoofd. Hij voelt ook tranen opkomen en moet op de grond gaan zitten. Ik ga hier niet zitten janken om een espressomachine, denkt hij, maar z’n ogen overstromen al.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op