Maandag

Nijlpaard en Konijn zitten dicht tegen elkaar aan in de speelgoeddoos. Nijlpaard met zijn pootjes als stompjes recht vooruit, Konijn met haar vier poten verstopt onder haar lijf. 
‘Het is weer zover hè,’ zegt Konijn en ze zucht diep. 

“Maandag” verder lezen

De nacht

Als het een foto was geweest waren er drie beelden die de aandacht hadden getrokken.
De oude man in de witte djellaba met dito haar die schuin vooroverleunend op zijn stok midden op de rechter rijbaan stond.
De man die wijdbeens op zijn brommer zat. Het jongetje dat tegen zijn buik leunde terwijl hij glimlachend schuin omhoog naar de man keek. Het een paar jaar oudere meisje vlak bij de brommer met twee kleine ijsjes in haar hand.
Aan de overkant van de straat twee vrouwen. De een in een zwarte djelabba. De andere in een opvallend kort rokje, een vormeloos leren jack en waarschijnlijk sexy bedoelde, maar eigenlijk nogal plompe laarsjes, die haar in vleeskleurige panty gestoken benen niets extra’s gaven.

“De nacht” verder lezen

Weg

Donderdag, eind van de middag, er zijn geen klanten in Mats Foonshop. Als er nu nog iemand een telefoon komt kopen, kan ik vanavond tenminste naar de film, denkt Mat. Het is verdorie geen vetpot. Hij grijnst, besluit om toch vast een film uit te zoeken op zijn telefoon.

“Weg” verder lezen

Ouder worden

Vertel me de pijn
van het dragen
het baren
het scheuren in de nacht.

Mijn wereld gekeerd
maar voltooid
als jij lacht

Vertel me de heimwee
van het zwaaien
het weggaan
het ontdekken de wereld in
jij nog zo klein
maar ook groot
in iedere zin

Vertel me de strijd
van grenzen verleggen
het botsen
van karakters in veiligheid
mijn armen gekort
jouw benen
gegroeid naar zelfstandigheid

Vertel me de trots
van een stapje terug
het besef
jij geen kind meer maar ouder
mijn wereld ontkiemd
onvoorwaardelijk verliefd
maar nog altijd een schouder

Maar zwijg me de stilte
van verwachten vervreemd
van het niets meer
Toch overbodig
Mijn wereld begoocheld
geen kind noch als ouder
heeft mij immers nodig

Het koor

Eindelijk, eindelijk kon ze weer naar het koor. Ze had het echt gemist, maar met haar nieuwe baan, de verhuizing en alle andere stress had ze het niet kunnen opbrengen om te gaan. Thuis had ze alle songs geoefend en zelfs ook de choreo’s. Haar zoons riepen dan dat dat er vet achterlijk uitzag. Met een paar van haar stemgroep had ze ook de afgelopen maanden gezellig contact gehad, met die paar anderen natuurlijk niet. Maar ach, dat zou ook wel weer loslopen.

“Het koor” verder lezen