Felroze

De arts waarschuwde me al. Toch schrik ik als ik haar zie. 

Ik zag haar huilen van het lachen toen ze van haar stoel viel nadat ze met mama de fles Licor 43 leeg had gedronken. Ik was erbij toen ze uit haar broek scheurde en boodschappen deed in paps veel te kleine wielerbroekje. Ze brulde als een leeuw toen Nederland Europees Kampioen voetbal werd. Mijn lieve, mooie, gekke tante Esmaralda. Nooit zag ik haar zo kwetsbaar.

Haar zware ademhaling vormt een symfonie met de piepjes van de apparatuur. Zal ze me herkennen? ‘Tante?’ Haar oogleden trillen. ‘Tante?’ Haar mondhoeken krullen tot een glimlach. Ze slaat haar ogen op. ‘Mijn lieve Mikkie…’ Mikkie, het koosnaampje dat ze me gaf toen ik drie was, en verzot op krentenmik. ‘Ik lag op je te wachten.’ Ondanks de situatie moet ik lachen. Typisch tante Esmaralda: altijd de regie willen hebben. 

‘Kom eens bij me zitten?’ Ik schuif op het bed. ‘Doe je muts en je sjaal af en geef ze aan mij. Zo ja. Dit is wat je gaat doen, liefje. Je neemt de lift naar de derde verdieping. Daar haal je een rolstoel. Niet bang zijn, er lopen hier zoveel mensen met apparaten. Breng de rolstoel naar mijn kamer. Daarna loop je naar meneer de Vries, twee deuren verderop. Nummer 5.15, niet vergeten. Naast zijn bed staat een grote monitor. Druk één keer op het rode knopje links. Geen zorgen: het kan geen kwaad. Maar het houdt de verpleging wel even bezig. Dan kom je als de wiedeweerga terug naar mij.’

Tien minuten later sta ik hijgend buiten, tante Esmaralda onherkenbaar in haar rolstoel dankzij mijn muts en sjaal. ‘Naar het winkelcentrum, Mikkie!’ Ik help haar in de auto. Wat is ze mager. Als kind vond ik het heerlijk om bij haar weg te kruipen. Mijn hoofd verdween in haar enorme boezem wanneer ze mij tegen zich aandrukte. Daar lijkt niks meer van over.

De radio moet hard. Gerard Joling schalt door mijn koekblik. Bij het winkelcentrum kijkt ze me streng aan: ‘We gaan pas terug als we roze hebben Mikkie, felroze.’ Een halfuur later zitten we weer in de auto. Tante heeft haar ogen dicht. Ze lijkt nog bleker dan ze al was en hijgt een beetje. In haar hand klemt ze een plastic tas met roze inhoud. 

Terug in het ziekenhuis reageert ze nauwelijks meer als ik iets zeg. Met moeite leg ik haar in bed. Ik strijk de lakens glad en staar hulpeloos naar het infuus. Hoe krijg ik dat er weer in? ‘Ik ga de verpleging halen, tante, dit kan ik niet’, fluister ik. ‘Hmmm’, steunt ze. Dan grijpt ze mijn pols, haar blik plotseling helder. ‘Mikkie, als ik ga, zorg er dan voor dat ik mijn nieuwe roze jurk aan krijg. Dan loop ik er tenminste een beetje knap bij daarboven.’ Ze zakt terug in bed. Als ik terugkom met een verpleegster is tante niet meer aanspreekbaar.

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op