Biertje?

Door de muren heen klonk gegil. Voetstappen op de trap. Een dichtslaande deur. Gebonk, gekraak, opnieuw gegil. De buren hadden weer ruzie. Verstijfd zaten ze in de huiskamer. Elk van hen ging anders om met de agressie van de buren. Zijn vrouw wilde in gesprek blijven. Zijn beide zoons trokken zich terug op hun telefoon. En hij? Hij wenste de buurman dood.

De voordeur van de buren werd met kracht open getrokken en even later stond zijn buurvrouw op straat, naakt. Hij liep naar buiten, haalde de buurvrouw binnen en belde de politie. Huilend liep de buurvrouw door zijn kamer, een spoor van bloed en losse blonde haren achterlatend. 

Er werd op de ramen en deuren gebonsd. De buurvrouw huiverde. De buurman schreeuwde. Hij belde de politie nog een keer. 

Hij wilde dit niet meer, sinds ze hier woonden was de overlast alleen maar groter geworden. Geschreeuw. Harde muziek, gestamp. Kogelgaten in de voordeur van de buurman. Hij voelde zich gevangene in zijn eigen huis. Hij ging hier voor eens en altijd een eind aan maken.

Voorzichtig opende hij de schuttingdeur. Gelukkig was de buurman een echte klusser, bij hem geen piepende scharnieren of klemmende deuren. In de tuin sloop hij het schuurtje binnen, waar twee volle kratten bier stonden. Hij pakte vier flesjes en probeerde zo beheerst mogelijk de doppen eraf te halen. Het lukte. De kroonkurken waren onbeschadigd. Vervolgens druppelde hij in de geopende flesjes een plantenextract. Smaakloos, niet terug te vinden in het bloed en dodelijk. Rustig drukte hij de kroonkurken weer op de flesjes, zette ze weer terug in het krat en verliet de schuur.

Een kans van één op zes. Dat moest genoeg zijn om de buurman uit de weg te ruimen. ‘Proost, buurman!’, fluisterde hij zacht.

De jongens hingen verveeld op het pleintje voor de basisschool. Eén reed wat rondjes op zijn scooter, een ander trapte tegen een bal. Nederlandstalige rap schalde uit de meegebrachte geluidsbox. ‘Wat heb ik zin in een biertje.’, verzuchte één van de jongens. ‘Wie heeft nog bier?’ In de winkel zouden ze het niet krijgen. Minderjarig. ‘Die eikel naast ons heeft altijd bier in zijn schuur staan,’ zei een ander. ‘We kunnen daar zo een kratje pakken.’

Het was donker, alleen de maan gaf wat licht. Vier jongens in donkere kleding en een pet op slopen behoedzaam door de stille steeg achter de huizen langs op weg naar een schuur met bier. Zachtjes gingen ze de tuin in die een van hen alleen maar kende vanuit zijn slaapkamerraam. De schuttingdeur ging geruisloos open, geen piepende scharnieren of een klemmende deur. Ze deden de schuur open en daar stonden twee volle kratten bier. Ze pakten het bovenste krat en liepen de tuin uit.

Terug op het schoolplein schreeuwden de jongens de spanning van zich af. Biertjes werden rondgedeeld.

De oude vrouw die dagelijks haar iets te dikke hondje uitliet, dacht eerst dat de hond aan wat losse kleding snuffelde. Toen ze dichterbij kwam, zag ze dat het vier lichamen waren.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op