Erfgenamen

“Mag ik even jullie aandacht?” Mijn neef en partner Boudewijn heft zijn glas en zegt dat hij het kort zal houden. In zijn toespraak herken ik het Milton-model: welbewust vage bewoordingen kiezen zodat iedereen op zijn eigen manier de woorden kan opvatten. We hebben het vaak geoefend samen. Ik zie de familieleden aandachtig luisteren, zo nu en dan instemmend knikken. 

Het einde van zijn betoog slaat in als een bom. Ontredderde gezichten, kreten van verbazing en vragen, heel veel vragen:

– “Maar dat kan helemaal niet! Moeder heeft ons altijd iets anders verteld.”
– “Hoezo, al voor de oorlog bij testament vastgelegd?”
– “En wie was die huisvriend dan wel?”
– “Ik eis dat dit tot op de bodem wordt uitgezocht!”

Boudewijn maant tot rust. “Dat hebben Hugo en ik, hij knikt maar me, als executeurs testamentair, al gedaan. Aanvechten heeft geen zin. Met de dood van oom August gaat de kunstcollectie in zijn geheel over naar het Joods Museum in Wenen, daar is niets meer aan te doen. We hebben voor elk van jullie een map met alle bescheiden meegenomen. Het landgoed is voor ons – neven en nichten – zoals we hier bij elkaar zijn. We zullen twee verschillende taxateurs aanstellen en drie monumentenaannemers om een offerte vragen. In februari kan elk van ons dan beslissen of hij in het fonds blijft of uitgekocht wil worden. 

Voor nu wil ik echter graag een toost uitbrengen op de mensen die dit heerlijke kerstdiner verzorgen, op onze hechte familieband en op ons aller gezondheid want wat zijn we een sterk geslacht. Die ouwe rakker heeft toch maar mooi een hele generatie overleefd. Op de Bichonnetjes!”

Hier en daar breekt zowaar een glimlach door. Uit alle monden klinkt het beschaafd “op de Bichons.”

Na het dessert deel ik de mappen uit, die gretig worden ingekeken. Aan de koffie gaan de meeste gesprekken over de erfenis. Ook Boudewijn en ik praten na. Beiden stammen we af van De Bichons. Al vanaf onze kindertijd zijn we onafscheidelijk, we studeerden samen, hebben hetzelfde beroep en wonen al sinds de oprichting van onze maatschap in een heerlijk grachtenpand. Dat de familie ons nog altijd wil zien als de succesvolle neven die liever werken dan trouwen, deert ons niet. Ons geheim is er een dat gerust mag uitlekken, al zou het ook nu nog voor opschudding zorgen. Neef en nicht vrijt allicht maar twee neven, stel je voor zeg. 

Nee, het echte geheim in deze kwestie is dat onze oudoom August niet eens een echtelijk kind van overgrootvader blijkt te zijn. Natuurlijk gaan we onze beroepseer geen geweld aandoen, maar voorlopig houden we het nog even onder ons. 

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op