De duif

Ik bekeek mama’s jurk in de spiegel, hij was naar mijn smaak versteld. In haar tijd was een decolleté nog niet in de mode. De oorspronkelijke trouwjurk was kuis, hoog aangesloten geweest. De spiegel liet nu een diepe uitsnijding zien. Die van mij mochten wel gezien worden, ondanks dat ik halverwege de 30 was. Het typeerde ook direct het verschil in ons karakter: zij introvert, ik extravert. Wat zou ze van deze jurk gevonden hebben? Waarschijnlijk ordinair. Ik dacht aan de manier waarop ik haar altijd knuffelde. Ik sloeg mijn armen om haar middel en begroef mijn gezicht tussen haar borsten. Zodra ik mij in haar genesteld had, snoof ik de geur op. Nog lang nadat ze er niet meer was stopte ik mijn neus in haar truien. Totdat het steeds muffer rook. Pijnlijk moest ik vaststellen dat haar geur vervlogen was. Toch wist ik toen zeker dat deze geur altijd in mijn herinnering zou blijven. Nu, 24 jaar later, was niets minder waar. Ik zou het echt niet meer weten hoe ze rook. Hoe haar stem klonk, de mimiek in haar gezicht. Het was allemaal weg. Ik keek weg van de spiegel. Ik had geen zin om mijn eigen verdriet in de ogen te kijken. Niet op deze dag.

Er werd op de deur geklopt. ‘Kom je?’ zei mijn vader. ‘Je wilde toch ook nog langs het graf?’ Even later liepen we over de begraafplaats, het grind knerpte onder mijn hakjes. De grote rododendron stond in bloei. Vaak had ik daarachter gezeten, schrijvend in mijn dagboek en uitkijkend over de weilanden. Het was bijna meditatief geweest. Stil stonden we voor het graf. Ik voelde het verdriet van mijn vader en ik wist dat hij het mijne voelde. Ik dacht terug aan de keer dat ik hier kwaad had gestaan.

Wild veegde ik de tranen van mijn gezicht. Ik vervloekte haar dat ze er niet was. Mijn eerste kus was afschuwelijk geweest, veel teveel speeksel, bovendien was hij dronken. En zij was er niet. Plotseling streek er een sneeuwwitte duif op de steen neer. Met heldere kraaloogjes keek hij naar mij. Verbaasd keek ik terug, zo’n witte duif zag je eigenlijk nooit in het wild. Zo plotseling als hij verscheen, zo snel was hij ook weer weg. Toch voelde ik mij getroost. Alsof ze zei: Het komt allemaal wel goed.

‘Kom meisje, je aanstaande wacht.’ Ik werd uit de herinnering getrokken. Ik keek op mijn horloge, we moesten nog opschieten ook.

Ik had zijn hand vast. We keken elkaar aan. Vol vertrouwen. Het had even geduurd voor ik de ware gevonden had, maar nu was hij er. ‘En dan verklaar ik jullie nu man en vrouw’. We kusten elkaar lang en intens. Gejuich en geklap steeg op. Toen we elkaar loslieten keek hij verbaasd langs mij heen. ‘Huh, die hadden we toch niet besteld?’ Ik draaide mij om. Op de stoel waar ik zojuist gezeten had, zat een sneeuwwitte duif.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op