Twee druppels

De trein liep precies op tijd het station binnen. Het schemerde nog een beetje, maar je kon al zien dat het een mooie dag zou worden. Op het perron stond een handvol reizigers. Hij knikte ze goedemorgen en luisterde naar de kraaien die vanuit enkele bomen luidruchtig commentaar gaven op de opgaande zon. De deuren sisten open, hij stapte in en zocht zoals altijd een zitplaats in de stiltecoupé. Gelukkig, er was nog een plekje bij het raam. Voorzichtig schoof hij voorbij zijn medereizigers, ging zitten en pakte een boterham en de krant uit zijn tas.

Pas toen zag hij zijn eigen gezicht levensgroot op de voorpagina van de krant staan. Zijn adem stokte en een warme gloed trok door zijn lijf, alsof hij weer met de voetbalplaatjes van zijn vriendje werd betrapt. Toen was hij negen, maar het gevoel was hij nooit vergeten.

Na een uitgebreid DNA-onderzoek was iemand gevonden die betrokken moest zijn geweest bij de dood van een jonge studente. De man was echter spoorloos en daarom werden zijn naam en foto gepubliceerd. De verdachte leek als twee druppels water op hem.

De gelijkenis ontging de medereizigers niet. ‘Smeerlap’, siste zijn overbuurman. ‘Ze zouden je levenslang moeten opsluiten. Tuig als jij hoort niet op de straat.’ ‘Maar ik ben niet..’, stamelde hij, hij werd onderbroken door een andere passagier. ‘Jij bent het, ik zie het toch, jij bent de man op de foto!’ Hoe harder hij protesteerde, hoe meer reizigers zich ermee gingen bemoeien.

‘Hoe voelt dit, viespeuk?’ een vuist landde op zijn neus. De eigenaar van de vuist, een slanke man van middelbare leeftijd van wie je niet zou verwachten dat hij zo hard kon slaan, keek voldaan om zich heen. Bloed spoot alle kanten op. Hij probeerde zich te verzetten, richtte zich op, maar werd teruggeduwd. ‘Ik ben het niet! Ik weet van niets. Ik woon hier.’ ‘Hou je bek, klerelijer! Wat zei het meisje toen je haar vermoordde? Heb je naar haar geluisterd?’ Weer werd hij geslagen. Dit keer werd hij op zijn linkeroog geraakt. Het lukte nu wel om op te staan. Hij probeerde weg te komen, struikelde over de benen van de andere reizigers en kwam op zijn zij in het gangpad terecht.

De eerste trap raakte zijn nieren. Hij kromp ineen van de pijn. ‘Stop! Help!’ Een vrouw in een mantelpakje schopte hem vol in zijn kruis. Een volgende trap kwam tegen zijn hoofd. Verzet had geen zin. Alle mensen in de coupé richtten zich tegen hem. Het regende vuistslagen en trappen. Zijn lijf vulde zich met pijn totdat hij niets meer voelde.

De conducteur probeerde de man in de hoek bij het raam wakker te krijgen. Toen roepen niet hielp, schudde hij voorzichtig aan zijn schouder. De man viel om. Pas toen zag de conducteur het gehavende gezicht van de man. Zijn kleding was gescheurd en bebloed, hij droeg maar één schoen. De conducteur pakte de pols van de bewegingsloze man. Hij voelde niets. In de coupé bleef het doodstil.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

4
Reageer op dit artikel

avatar
2 Comment threads
2 Thread replies
0 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
3 Comment authors
Bert RoodhofStefanieJos Zuallaert Recent comment authors

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Stefanie
Gast

Het verhaal lokt in het begin direct nieuwsgierigheid. Erg hoe dingen kunnen aflopen als mensen het recht in eigen handen nemen. Mooi hoe je het verwoord.

Jos Zuallaert
Gast
Jos Zuallaert

Relevant! Dankzij goede schrijver.