Ik zie wat ik zie

Ik zie vijf knotwilgstammen aangekleed met wit afdekvliesdoek. Tuinier Werner en ik hadden drie rijen wilgen geknot. Dit was de laatste rij. Naast de wilgen lag een bed andijvie met daarop nog afdekvliesdoek die gebruikt was om de andijvie te beschermen tegen de vrieskou. De ergste koude was achter de rug en het doek mocht weg. Ik dacht het ergens te drogen te leggen, bedacht me en wikkelde het doek om de knotwilgen.

De wind speelde in het doek. Zo bleef het doek rond de wilgen een week, misschien tien dagen, hangen zoals het gewikkeld was. De wind trok het één enkele keer los en dan wikkelde ik het opnieuw rondom de kroon. Gewoon, doek te drogen gehangen rond robuusten en hopla de wilgen zijn geen wilgen meer.

Ik maak deze foto en kijk er met verbazing naar. Wat zie ik? Had ik doek gewikkeld rond het hoofd van vijf blinden? En leek dit niet op het bekende schilderij van Breughel met de blinden die mekaar voortduwen tot ze in de put vallen? Blind vertrouwen dat fout afloopt.

Maar knotwilgen duwen mekaar niet, voortbewegen niet, hebben geen blind vertrouwen in mekaar. Ze zijn stuk voor stuk zelfzeker, bewust van hun eigen standvastigheid.

Blinden daarentegen kunnen niet blind vertrouwen, zij kunnen elk moment voorover vallen in een put (buiten beeld). Het groepje strompelt, aarzelt, waarheen? Misschien had ik doek gewikkeld rond het hoofd van vijf passanten?

Knotwilgen bewegen niet; ze zijn honkvast, trouw aan de grond en aan hun meester. Passanten bewegen wel, ze moeten. Vluchtelingen zijn als passanten, zij zijn niet trouw gebleven aan hun meester van wie ze wegvluchten omdat hij hun grond inneemt.

Of had ik doek gewikkeld rond het hoofd van de vijf achtergebleven vrouwen van de vijf passanten? Of zijn het strompelende schimmen, aangevoerde bruiden? Oh, laten we het houden op knotwilgen die voor even verkleed willen zijn.

Na een week, misschien tien dagen, wikkelden Werner en ik het doek af en plooiden het op. Volgend jaar knotten we verder. Dan knotten anderen ook wilgen rond de schapenweide, rond de koeienweide en rond de beek in natland. Misschien ligt er dan naast elk van hen ook afdekvliesdoek. Witte, rode, groene, gele, oranje doeken dit keer. En ontmoeten alle robuusten mekaar als ze opnieuw verkleed op wandel gaan. Misschien ben ik dan één van hen.

Een half jaar later zijn de vijf knotwilgen van de foto ingeburgerd, nu aangekleed door de natuur zelf.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op