Blue zones

Een paar jaar geleden zag ik een interessante documentaire over de zogenaamde ‘blue zones’. Ze komen slechts op een paar plaatsen in de wereld voor, onder andere in Japan, Griekenland, Costa Rica en Californië. Dit voorjaar hadden we een reisje naar Sardinië geboekt en laat daar toevallig nu ook zo’n ‘blauwe zone’ zijn! Een buitenkans!

Een blue zone wordt gekenmerkt door het feit dat er gemiddeld meer mensen 100 jaar of ouder worden dan in andere gebieden. In een van de kuststadjes die we onderweg bezochten, kregen we al een voorproefje van dit fenomeen in de vorm van een foto expositie van verschillende honderdjarigen op de muren van historische panden, zittend voor hun huisje of schuur. Allemaal stuk voor stuk prachtige portretten van mannen en vrouwen met verweerde en door het leven getekende gezichten: Maria 101, Luigi 105, Antonio 102 ….

In de streek Nuoro die zich in het hart van het eiland bevindt, wonen in sommige dorpjes wel meer dan 40 honderdjarigen. Men schrijft dit verschijnsel toe aan de schone lucht, het voedsel – en dan met name geitenmelk, een speciaal soort zuurdesembrood plus de Italiaanse tomaten, ongetwijfeld de beste tomaten van de hele wereld – dagelijkse beweging in de vorm van het bijhouden van een eigen moestuin en de aanwezigheid van een sterk sociaal netwerk.

Er aangekomen reden we door een dunbevolkte, ruige en onherbergzame streek. Het werd ook lange tijd niet zonder reden ‘barbagia’, het land van de barbaren, genoemd. Een ondoordringbaar gebied wat in de loop der eeuwen moeilijk te veroveren bleek. De streek was opvallend groen en overal langs de weg stonden prachtige wilde bloemen in de mooiste kleuren.

Onderweg dronken we koffie in een uitgestorven dorpje in een typisch Zuid-Europees barretje annex restaurant. Plastic stoeltjes en tafeltjes, zelfs de tafelkleedjes waren van plastic, een grote televisie aan de muur die non-stop schreeuwerige muziek liet horen en aan het plafond tl-verlichting. Plaatselijke bewoners, waaronder opvallend veel zwangere vrouwen, dronken aan de bar een espresso of cappuccino en aten een gesuikerde croissant of een ander zoetig gebakje. Ze keken om zodra we binnenkwamen want we hoorden hier duidelijk niet. Best verbaasde blikken ook als je als vrouw de bestelling doet. We werden vriendelijk maar toch ook weer afstandelijk bediend. Tegen het middaguur verschenen de mannen en gezamenlijk werd er gegeten.

Ik lette scherp op in de hoop iets van een soort blauw licht te zien, een aureool om de hoofden van deze mensen, maar eigenlijk zagen ze er niet anders uit dan bewoners van de andere Zuid-Europese landen die ik heb bezocht. Toch wel een beetje teleurgesteld trokken we even later verder en verlieten we dit ‘paradijs’ op aarde.

Stilletjes hoop ik nog steeds dat er door dit bezoek van een paar uurtjes wat jaren aan mijn leven worden toegevoegd, dat ik onzichtbaar besmet ben met het ‘blue’ virus waardoor ik meer dan 100 ga worden.

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op