Zeeland

Het ruisen van de statige populieren vermengt zich met dat van de zee.
De zon legt haar ochtendlicht over de vers geploegde akkers.
Maakt traag knipperende silhouetten van de fietsende schooljeugd op de met knotwilgen omzoomde dijkjes.
De weidsheid van dit landschap zwijgt.

Hier knikt men elkaar toe.
De fietser in de duinen, de hardloper, de vroege fotograaf, de wildplukker.
De sterrenchef experimenteert met zijn oogst in de nu nog stille keuken.
De mise en place mag aangepast.
De oester evenwel zal altijd blijven.

En ook al tekenden ze nooit in Munster, geen vrediger volk dan de Zeeuwen.
Ze brengen je tot rust in hun schone kamers en hospitale vlijt.
Op terrassen onder lindebomen, onder oude torens die tingelen.

Op je fiets ontdek je het echte polderen.
En waar de zon zich ’s avonds ontspant in de zilte zwoelte, gunt de Zeeuw je zijn uitzicht, dat van hem zit in zijn DNA.
Op een duintop stuur ik een diepe teug schone lucht door mijn lichaam in het zalige besef dat hier mijn thuis is.

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op