Beroepsethiek

Zo was hij dus blijkbaar. Daar was ze nu wel achter gekomen. Het had wel even geduurd. Wel langer dan even eigenlijk. Bij elkaar wel een aantal jaren. Jaren dat ze het niet had gezien. Niet had willen zien? Niet had gehoord of willen horen. En zeker niet had willen voelen. Was ze blind geweest? En doof? Onoplettend? Ongevoelig? Was haar beroepsethiek als apotheker in slaap gesust door haar hunkering naar hem?

Elke dag zag ze hem, sprak ze hem. Ze rook hem ook. Als hij al lang weer in zijn eigen spreekkamer zat bleef zijn vertrouwde geur nog lang de medicijngeur in de apotheek verdringen. Geen overdreven, goedkope mannen-deo-lucht, beslist niet. Meer een briesje, een vleugje, homeopathisch verdund, niet traceerbaar maar o zo effectvol.

Zijn spreekkamer was zijn Rijk. Hier was hij alleenheerser. Hij bepaalde het spel en de knikkers. Hij hield van knikkers. Veel knikkers. Veelkleurige, glanzende grote en kleine knikkers. En pillen. Waar hij mee kon spelen. Waar hij mee kon winnen. Alleen winnen. Zijn wil was wet. Een enkeling fluisterde over hem: ‘wetteloos’. Die snapten duidelijk niets van Het Spel en zeker niet van de knikkers. Jaloers waren ze op hem. Op zijn macht, zijn charisma, zijn overvolle agenda, zijn geld.

Het Spel was klein begonnen, al tijdens zijn co-schappen. Hij schreef altijd royaal medicijnen voor. Een beetje voor de patiënt en een beetje voor zichzelf. Als hij zijn leven te saai vond probeerde hij allerhande medicijnen uit. Best lollig, vond hij zelf.

Als service haalde hij altijd zelf de medicijnen op bij de ziekenhuisapotheek, voordat hij ze aan zijn patiënten overhandigde. Áls ze er al achter kwamen dat het opschrift op het medicijndoosje niet overeenkwam met de inhoud, dan waren ze al thuis. Meestal merkten die stakkers het niet eens op.
Op vakantie in verre oorden kocht hij pottenvol vitamines in alle kleuren van de regenboog. Internet liet hij links liggen, dat was too obvious. Hij was niet gek. Hij verving pittige psychofarmaca voor vitaminetabletjes. Vulde capsules met talkpoeder. Knutselde er lustig op los. Zo had hij in de loop van de jaren zijn eigen medicijnexperimenten uitgevoerd. Bij zijn sukkelige patiënten. Hoge of lage dosis, placebo’s, andere medicijnen, cocktails. Steeds creatiever werd hij erin.

Zijn conclusie was simpel: de meeste mensen zijn zeurpieten. Welk medicijn hij ook voorschreef ze bleven komen. Aandachtverslaafden. Medicijnverslaafden. Meestal ging het goed. Soms ook mis. De laatste tijd ging het wel wat vaker dan soms mis. Met hemzelf, maar ook met een paar patiënten. Er liep een onderzoek van de inspectie; onverklaarbare doodsoorzaken bij te veel patiënten. Hij kreeg koppijn van dat geneuzel. Straks maar even met een fake-receptje wat lekkere pilletjes ophalen bij de ziekenhuisapotheek. Bij die suffe muts met haar trouwe hondenogen. 

Zo veel levens had hij verwoest. En door zijn misleiding voelde zij zich medeplichtig. Voor eeuwig boeten moest hij. Vallen in zijn eigen mes. Dat was haar vonnis. Zo was zij dus blijkbaar. Daar zou hij nu wel achter gekomen. Was hij maar niet blind geweest. En doof. En onoplettend. En ongevoelig.

1
Reageer op dit artikel

avatar
1 Comment threads
0 Thread replies
0 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
1 Comment authors
Jos Zuallaert Recent comment authors

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Jos Zuallaert
Gast
Jos Zuallaert

Snuifje Tsjechov, bespeur ik hier. Sterk.