Aardbevingen wennen nooit

Na een prachtige fietstocht door de rijstvelden van Lombok, lunchen we in een restaurant in Mataram, de hoofdstad van Lombok. Plotseling trilt de vloer, klinkt diep gegrom uit de aarde en golft het plafond. Mitrailleurschoten knallen op de luifel van golfplaten voor het restaurant. De aardbeving, 6.2 op de schaal van Richter, neemt geen aanloopje, maar beukt er meteen vol in. Mijn man, vier kinderen, de chauffeur en ik moeten rennen voor ons leven.

We hebben ieder een rijtje stoelen voor onszelf. Languit lig ik me te verheugen op de rondreis door Lombok. Na twee weken relaxen in een villa aan zee op Java is het nu tijd voor actie. Met onze kinderen Manuel (16), Madelief (14), Annabel (11) en Julia (9) gaan we fietsen, wandelen, vulkanen beklimmen, snorkelen en duiken. Voor het eerst gaan we niet op de bonnefooi, maar hebben we de rondreis al in Nederland gepland. De Boeing naar Lombok is behoorlijk uitgeleefd, maar we hebben wel erger meegemaakt op andere verre reizen.

Vliegveld
Nog even denk ik aan het nieuws dat we gisterenavond hoorden. Er was een tweede aardbeving geweest op Lombok. Over de eerste beving zei een Nederlander die al jaren op Java woont dat de mensen op Lombok gewend zijn aan aardbevingen. Vooral buitenlandse media berichten hierover uitgebreid, maar de Indonesische media schenken er meestal maar weinig aandacht aan. In het hotel in Jakarta zagen we op tv een reporter ratelen over de tweede aardbeving. Het beeld was donker en besneeuwd en van verwoestingen was niets te zien. Vanochtend in het hotelbusje naar het vliegveld checkten we de website van buitenlandse zaken: geen negatief reisadvies, enkel een waarschuwing voor kleine criminaliteit, zoals zakkenrollen. Het reisbureau appte dat we vooral in het zuiden van Lombok gaan reizen en dat daar niets aan de hand is. Bovendien de aardbeving was toch voorbij? Het ging er nu om zo snel mogelijk mensen onder het puin vandaan te halen en de zooi op te ruimen. Natuurlijk is het het ergste voor de bevolking van Lombok, de toeristen kunnen tenminste nog naar een huis dat overeind staat.

Op het vliegveld van Lombok is het stil bij de bagageband. Blijkbaar zijn er weinig vluchten die op maandagochtend aankomen. Toch is het wel erg druk op de luchthaven. Honderden, vooral jonge mensen, liggen op hun koffers en rugzakken te slapen. Niet moe en voldaan, zoals na een goed feest, maar gelaten. Voor alle eettentjes en winkeltjes staan dikke rijen. Het ticketkantoortje heeft zelfs een rij tot buiten aan toe. Ik besef dat we niet weg kunnen al zouden we willen.

Onze chauffeur is te laat. Uiteraard hebben we daarvoor begrip, we zijn niet in Nederland en hier is alles anders. En we hebben alle tijd; we zijn tenslotte op vakantie.

Instortingen
Onze chauffeur Khairul zet energiek onze bagage in zijn busje en dan vertrekken we. ‘Sorry dat ik te laat was. Het duurde even voordat ik mijn werkshirt onder het puin had gevonden en toen moest ik nog naar de haven om passagiers op te halen. Maar nu zijn jullie op Lombok. Jullie hotel is ok.’ Zijn toon is geforceerd. We vragen of hij geslapen heeft? Hoe is het met je familie? En je huis? Zijn handen met de lange duimnagel liggen trillend op het stuur. ‘Mijn ouders zijn in het oosten. Godzijdank zijn zij veilig. Hij zal dit het komend uur nog zeker tien keer herhalen. Mijn huis..’ Hij haalt adem. ‘Ik heb een trauma. Ik sprong meteen naar buiten en enkele seconden later stortten twee muren in en kwam het dak naar beneden. Ik keek om me heen en ik zag her en der een huis instorten. Maar jullie hebben vakantie! En ik hoop dat jullie een leuke tijd hebben. Kijk hier aan linkerkant een bananenboom. Houden jullie daarvan?’

Ons hotel heeft weinig schade: een paar tegels zijn gevallen, kapotte vazen en een ingestort muurtje. Wel ligt overal in de kamer cementgruis. Nergens zijn scheuren. We slapen vandaag op de eerste verdieping. Ik vraag bij de receptie nog om een bungalowtje, maar die zijn helaas allemaal vol.

Opnieuw bevingen
Met een piña colada en verse ananassap liggen we languit op onze strandbedden. We gaan om 22.00 uur naar bed. Ik zie dat mensen hun matrassen buiten hebben gelegd. De schrik zit er kennelijk goed in. ‘Zullen wij ook buiten gaan slapen?’, vraag ik aan Hans. ‘Welnee joh, dat is totale onzin, het is hier hartstikke rustig.’ Ik had al een rat en een slangetje weg zien schieten, dus een nachtje in de open lucht trekt me ook niet echt aan. Na anderhalf uur schrik ik op door een getril. De kinderen komen aanrennen en vragen of we het ook voelen. ‘Was dat nou een echte aardbeving?’, vraagt Julia opgetogen. Later die avond komen er nog wat trillingen. De volgende dag horen we dat er een beving is geweest van 5.4. Wel gek. De tweede beving was toch al een ongelooflijk toeval?

We gaan ontbijten met het uitzicht op de blauwe zee. Manuel leest een berichtje voor. ‘Iedereen probeert uit Lombok weg te komen en jullie gaan er naartoe?’ Hans vertelt dat je op televisie steeds de ergste beelden ziet, maar dat is ver van hier. ‘Mensen horen Lombok, maar Lombok is groot.’ Ik ben niet helemaal gerust. In mijn fantasie beleef ik dat ik met mijn blote knuisten puin probeer weg te slepen waaronder de kinderen bedolven zouden zijn. Heel ver weg hoor ik angstig mama-geroep. Hans kijkt me vol ongeloof aan. ‘Jij ziet dingen die er niet zijn! Maak je niet zo druk. Natuurlijk gebeurt hier niks.’ Mijn man komt van Mars. Nu weet ik het zeker.

Gespannen als een veer
Misschien overdrijf ik, maar we gaan in ieder geval niet meer op de eerste etage liggen. Gelukkig zijn er genoeg bungalows vrijgekomen van toeristen die zijn weggegaan en ik slaap die nacht als een roos.

’s Middags ontmoeten we Lotte (25) uit Leiden. Een pittige meid, niet al te groot van stuk, met een vrolijke bos bruine krullen. Met hart en ziel werkt ze met zeer moeilijk opvoedbare kinderen die soms agressief zijn. ‘Als ik alleen maar ben uitgescholden en geen klappen heb gehad, heb ik een rustig dagje gehad’, vertelt ze met een lach. Over de aardbeving met een kracht van 7.2 op de schaal van Richter, kan ze nog steeds niet praten zonder tranen in haar ogen. Ze vertelt dat de overkapping van het restaurant opeens keihard ging trillen en bewegen. ‘Iedereen rende het strand op dat golfde en bewoog. Het personeel gilde en huilde misschien nog wel harder dan de hotelgasten. Het duurde 30 eindeloze seconden. Even later hoorden ze dat er een tsunamialarm was en vluchtten ze de heuvel op waar ze een paar uur bleven. We hadden nog gauw onze tas gepakt en we deden een potje scrabble. Zo bizar, ik snap nu echt niet dat we dat deden. Mijn angst voor een nieuwe beving groeit met de dag, omdat we steeds naschokken voelen en zo het weer kan beginnen. Mijn ouders, broer, oma en ik trekken het hier voor geen meter, maar we kunnen echt niet eerder dan morgen terug.’ Dus zit de familie gespannen als een veer op een van de mooiste stranden ter wereld de uren te tellen tot ze huiswaarts kunnen. ’s Nachts houden de familieleden om de beurt de wacht. Met je oor op de grond voel je een beving kort tevoren aankomen en dan waarschuwen ze elkaar dat er weer een komt. ‘Niet dat we iets kunnen doen, want we liggen uit de buurt van gebouwen. Bomen ontwortelen pas bij aardbevingen met een kracht boven de 8. Mijn vriend zit thuis bij de computer en zoekt meteen op hoe zwaar de schokken waren en waar het epicentrum was. Ik zou niet weten hoe we anders de nacht moeten doorkomen.’

Niemand van de hotelgasten zegt dat de beving wel meeviel. Zonder uitzondering zijn ze in staat van paraatheid en springen ze al naar buiten als er een mes op de grond valt in het restaurant. De meesten gaan eerder naar huis of vertrekken naar Bali. Natuurlijk maken deze nervositeit en hun verhalen indruk op ons. Daarom stuur ik nog even een appje met aardbevingstips aan vrienden die vandaag aankomen en naar het zuiden van Lombok gaan. ‘Blijf weg bij hoge gebouwen, tas met paspoort en geld bij de deur, niks op slot, zorg dat je de deur van de kinderen vanaf buiten open kunt doen en slaap niet in je blote reet. Fijne vakantie!’ Net als de meeste mensen die de zware beving niet zelf hebben meegemaakt, lukt het ons om de angst van ons af te zetten en lekker te gaan zwemmen en snorkelen.

Facebook
We zijn de enige groep van de vijf groepen die de geplande fietstocht over de rijstvelden en langs mooie dorpjes laat doorgaan. De aardbeving vernietigt niet alleen levens en huizen, maar ook een belangrijke inkomstenbron van Lombok: het toerisme. Onze gids heeft een blauwe voet. Hij vertelt dat hij vanuit tweehoog, dus minstens vijf meter, uit het raam is gesprongen, waarna het gebouw voor zijn ogen gedeeltelijk in elkaar stortte. Hij maakt aardig wat groepsfoto’s met ons. ‘Die zet ik dan op Facebook, want dan zien de mensen dat Lombok veilig is en dat ze gerust kunnen komen. In 2004 heeft een idioot een filmpje van de tsunami op youtube gezet en durfde er jarenlang geen toerist meer voet op ons eiland te zetten.’ Op zijn verzoek steken we onze duim op. Het enige dat wijst op een natuurramp zijn de vele tenten en gespannen zeilen die we onderweg zien. Geen hond durft blijkbaar nog binnen te slapen. De gids verwacht dat dit nog twee maanden zal duren. Mensen ruimen al wel puin, maar wagen zich nog lang niet aan het opnieuw opbouwen van hun huizen.

De gids legt uit dat er misschien een positief puntje is aan de aardbevingen. ‘De lelijke, hoge bebouwing op de toeristische drie eilanden in het noordoosten is totaal vernietigd. Nu we toch helemaal opnieuw moeten beginnen, kunnen we ons meer richten op eco-toerisme. Beter voor Lombok en het brengt meer geld in het laatje.’

De hel
Na de fietstocht reizen we verder naar het zuiden, verder van het aardbevingsgebied af. In mijn hart ben ik daar toch wel opgelucht over. We rijden nog gauw even langs de indrukwekkende moskee van Mataran, de hoofdstad van Lombok. We zien een groot Padangrestaurant en gaan er lunchen. Khairul is onze chauffeur weer en hij inspecteert de muren en het plafond. ‘Beton en weinig scheuren’, zegt hij tevreden. Hans rekent af en ik ga nog even met de drie meisjes naar het toilet, helemaal achterin de zaak. Madelief doet haar lichtroze broek uit, voordat ze op het donkere, gore hurktoilet gaat. Daarna gaat Annabel voorzichtig, zonder iets aan te raken. Ik sta rustig te wachten. Opeens breekt er een hels kabaal los. Het dondert onder onze voeten, er is gegil en gekletter van borden, vloeren, muren en plafond bewegen. Oorverdovende herrie van stenen die op de luifel van golfplaten knallen. ‘Rennen! Naar buiten, snel!’, schreeuw ik. Ik laat de kinderen voor, ren er achteraan met mijn blik naar boven. Als laatsten staan we op straat. Madelief trekt gauw haar broek aan. Haar armen trillen. We hebben het gered.

Dan slaat de schrik om mijn hart. Julia is nergens te bekennen! Waar is ze? Ze moet nog binnen zijn. Ik begin te gillen. ‘Julia! Kom naar buiten!’ Totale paniek overvalt me en ik wil naar binnen rennen om haar te zoeken, maar Hans grijpt me bij mijn arm. Opeens ziet Hans haar staan achter een auto, aan de vloer genageld. Een man blijkt haar het restaurant uit gesleurd te hebben en achter onze auto te hebben gezet. ‘Mama, ik schreeuwde, maar ik kwam niet boven je uit!’, huilde ze. Ik zie dat Khairul intussen naar binnen is gerend. We schreeuwen en gebaren dat hij terug moet komen. Godzijdank is het gebouw niet in elkaar gestort. We springen in de auto – dit keer zonder gedoe van wie voorin mag – en rijden weg.

De jongsten en ik huilen, Manuel zoekt informatie op zijn telefoon over de aardbeving. De beving had een kracht van 6.2 en het epicentrum blijkt in Senggigi te liggen, waar we vannacht nog sliepen. Madelief kan haar armen nog steeds niet stilhouden en Hans knuffelt Julia die bij hem op schoot zit en blijft rustig. Ik zie dat hij geschrokken en alert is, want hij kijkt naar buiten alsof hij zelf achter het stuur zit. Khairul probeert koortsachtig zijn familie te bellen. ‘Mijn ouders leven, ze zijn veilig’, zegt hij opgelucht. Dan belt hij naar zijn vriend met een klein jongetje in Senggigi. Hij krijgt hem niet te pakken en is zichtbaar bezorgd. Met zijn zakdoek wrijft hij het zweet van zijn gezicht. Even later dept hij de tranen in zijn ogen.

Bounty eiland
Wat een ellende moeten de mensen van Lombok doorstaan. Wij gaan straks weer naar huis, we hoeven hier niet te zijn, maar wanneer houdt de ramp voor hen op? Emotioneel nemen we afscheid van hem met een enorme fooi. Na alles wat hij had meegemaakt, was hij bereid het leven van onze dochter te redden. Als we de spullen in de boot zetten voor een kort ritje wordt Khairul gebeld door de vriend uit Senggigi. Zijn gezicht wordt grauw. ‘De vrouw van mijn vriend is geraakt door een boom. Ze is dood.’

Hij zwaait ons nog lang uit met zijn mobieltje nog in zijn hand. In de verte zie ik hem voorover klappen. Zijn verslagen gestalte raakt langzaam uit ons beeld. We zijn doodstil, alle zes.

Op de steiger worden we hartelijk ontvangen door de mensen van het vijfsterrenresort op Gili Gede. We zijn verbluft door de pracht en de sprookjesachtige ligging. Het voelt onwerkelijk om hier nu te zijn. We hebben zelfs een eigen zwembadje. Gelukkig kunnen we met z’n zessen bij elkaar slapen. We zijn doodop en nerveus. Steeds denken we een nieuwe beving te voelen en te horen. We gaan zwemmen en genieten daarna van ons welkomstdrankje op het strand. De spanning gaat wat naar de achtergrond, maar niet meer helemaal weg. Vanmiddag hebben we moeten rennen voor ons leven en sindsdien zit de angst onder mijn huid. In de tijd die we nodig hadden om naar buiten te komen – waren het tien, vijftien of zestig seconden – heb ik me ten volle gerealiseerd dat een leven opeens voorbij kan zijn. Na drie aardbevingen in twee weken denk ik dat het niet meer de vraag is óf er een nog een aardbeving komt maar wanneer. Hoe mooi het hier ook is, ik kan er niet meer zorgeloos van genieten. Ook Manuel vindt het vervelend dat hij de hele tijd moet opletten. Dat is zo vermoeiend. Voor Annabel is de dreiging van weer een aardbeving net zoiets als de apen in de tempel. Je wil niet dat ze op je springen, maar je kunt er niets aan doen en vooral: je weet nooit wanneer ze het doen. Hans had nog wel willen blijven, maar hij ziet in dat het voor de kinderen en mij geen optie is. Morgen vertrekken we naar Bali.

We laten de bevolking van Lombok achter op hun prachtige eiland waar zoveel vernield is. Aardbevingen wennen nooit. Elke aardbeving die je doorstaat, spant de zenuwen weer een stukje strakker. Dat geldt niet alleen voor de toeristen, maar ook voor de lokale bevolking. Na elke beving volgen er koortsachtige telefoontjes naar familie en vrienden. Voor de mensen op Lombok is er geen ontsnappen aan de ramp. Voor zover wij weten, hebben alle toeristen het overleefd. De teller staat intussen op meer dan 350 doden en duizenden gewonden.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op