Vliegende storm

Ze staart al zeker tien minuten naar de schilderijen zonder iets te zien. Theo’s woorden galmen zo luid in haar hoofd dat er geen ruimte is voor iets anders. Na veel zeuren ging hij eindelijk mee. Ze wilde al zo lang naar het Rijksmuseum. Voor de Nachtwacht vraagt ze waarom hij zo stil is. Het is toch geweldig dit werk in het echt te zien? Hij houdt zijn blik strak op het schilderij gericht. ‘Ik geloof dat ik niet meer verliefd op je ben.’

Ze valt, steeds dieper en dieper. Nergens is houvast. Tot haar ogen blijven hangen bij het grijs van de golven van ‘Een schip in volle zee bij vliegende storm’. Ze klampt zich eraan vast als aan een reddingsboei. Haar ogen verkennen de toppen en dalen. Het wit op de koppen. Het donkere hout van de boten. Zo intens kijkt ze, dat ze het klotsen tegen de boot meent te horen. Voeten roffelen op het dek. Zout water spat op. Ze proeft het op haar lippen.

‘Mevrouw? We gaan sluiten.’ Met een schok landt ze op het glanzende parket van het Rijks. Vriendelijk kijkt de suppoost haar aan. ‘Ja, natuurlijk, ik ga’ knikt ze. Ze wil haar tas pakken, maar hapert als ze haar hand ziet. Hij is nat. 

De volgende dag gaat ze terug. De hele nacht heeft ze tegen zichzelf gezegd dat het vast tranen waren die haar hand nat maakten. ’s Ochtends lijkt haar lijf te beslissen. Ze rijdt terug naar Amsterdam.  Voor ze het weet staat ze weer voor het schilderij. Haar ogen zoeken naar een ingang. Het eerste dat ze hoort is het schorre gekrijs van zeemeeuwen. Even schrikt ze als de vloer onder haar voeten plots naar rechts overhelt en meteen daarna naar links. Dan deint ze mee. Met opeengeklemde lippen grijpt ze natte touwen vast als een golf het dek dreigt te overspoelen. De wind stuwt de golven op. Nog een golf spoelt over het dek. En nog een. Ze is zo moe. Haar armen trillen. Het geschreeuw van de kapitein gaat verloren in de storm. Hoe lang kan ze dit nog volhouden? Een volgende golf tilt de boot hoog op. Een fractie van een seconde balanceert het scheepje op de kop van de golf. Dan kwakt de zee het neer. Haar armen verliezen de strijd. Ze laat los. Ze proeft het zout tot het stil wordt. Een eeuwig blauw. Hier is niks. Geen verwachtingen, geen verlangens. Alleen maar zijn.

Om 18 uur maakt de suppoost zijn laatste ronde door het museum. Geamuseerd kijkt hij naar het hoopje kleren voor het werk van Willem van de Velde. Wie heeft zich hier uitgekleed? Opruimen maar, de eigenaar zal zich morgen wel melden. Hij fronst als hij de kleren vastpakt. Ze zijn nat.

 

(afbeelding: Zuiderzee van Eduard Karsen, collectie Rijksmuseum)

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

1
Reageer op dit artikel

avatar
1 Comment threads
0 Thread replies
1 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
1 Comment authors
Stefanie Schaap Recent comment authors

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Stefanie Schaap
Gast

Ook dit is een bewonderingswaardig verhaal. Ik lees ‘m voor de tweede keer, en het is even intrigerend als een paar maanden geleden. Ik heb geen Facebook of Instagram meer, heb je toevallig een blog waar je je verhalen plaatst Bregje?