Maandag

Door het raster van het stalen rolgordijn voor z’n winkeltje kun je het lezen: Mats Foonshop. En in kleinere letters daaronder: ook koffie. Mat grijnst, ondanks z’n hoofdpijn; het is toch fijn om je eigen winkelbaas te zijn, kan je nog eens een uurtje later open.

Nadat hij het rolgordijn en de winkeldeur heeft geopend, doet hij eerst z’n espressomachine aan, dan een klein lampje. Hij gaat voorzichtig op de barkruk achter z’n koffiebarretje zitten.
‘Je was er niet om twaalf uur!’ klinkt het schel. Shit, denkt hij, een klant, en dan: shit, Trui.

‘Ik moest koffie drinken bij de Hema omdat je er niet was, terwijl ik recht had op koffie voor niks van jou, terwijl jij m’n stukke telefoon weer eens aan het repareren was! En ik kon je ook al niet bellen!’
Dat was een geluk bij een ongeluk, zegt Mat maar niet. Soms is Trui leuk en soms helemaal niet. Maar ze is de beste vriendin van Pon en daarom hoort ze erbij.
‘De koffie komt zo. Het is maandagochtend. Wat is er met je telefoon?’
‘Het is maandagmiddag en je moet niet zo lang met Ponnie in bed liggen, viezerd! En hij doet gewoon niks meer. Zou jij ook eens moeten proberen!’

Mat verkoopt één model mobiele telefoon van een Chinees merk. Maar hij heeft een groot scherm en is goedkoop. Geen keuzestress ook, zegt Mat altijd tegen z’n klanten, en nooit dure panne. De meeste klanten kijken hem na die laatste mededeling vaag aan. Mat zegt nooit dat de telefoon weliswaar regelmatig niets meer doet, maar dat hij een eenvoudige truc heeft om dat te verhelpen. Wel wijst hij altijd op zijn wandje met meer dan tweehonderd vooral felgekleurde telefoonhoesjes, ook van Chinese makelij. En geld over voor een paar hoesjes, zegt hij dan, maak van je telefoon de allerindividueelste expressie van je allerindividueelste emotie. Ook dat levert vooral vage blikken op en soms een ‘doe die twee maar.’

Hij sluit Trui’s telefoon aan op de oplader, die hij heeft ingesteld om een forse stroomstoot af te geven. De telefoon licht direct fel op, dan verschijnt het openingsscherm. Snel trekt hij het snoer van de oplader weer los.
‘Hij doet het prima,’ zegt hij zo vrolijk mogelijk tegen Trui. Om dat te bewijzen schakelt hij de camera op het toestel in en richt de lens op Trui.
‘Wat doe jij nou? Hij is mijn tieten aan het fotograferen!’
Dat laatste is tegen Pon, die net binnenkomt.
Mat zucht diep, hij denkt niet aan Trui’s beeldvullende materiaal, hij heeft alleen maar hoofdpijn …
‘Kan het wat zachter? Wij hebben hoofdpijn,’ zegt Pon. ‘En Mat heeft nog nooit een foto van mij gemaakt waar mijn voorhoofd op staat.’

Trui kijkt wat beduusd naar Pons borsten.
‘Espressootje, Trui?’ vraagt Mat liefjes. Mijn vrouw begrijpt mij, denkt Mat, terwijl hij Pon dankbaar aankijkt en ziet dat ze ook nog de fles wodka uit het kleine koelkastje onder de koffiebar pakt. Het is tenslotte al kwart over een.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op