Mijn ontmoeting met de Hondenman

Aan – uit. Aan- uit. Aan – uit. Boos kijk ik naar de knipperende cursor op mijn verder lege beeldscherm. ‘Hou op met dat geknipper! Besteed je tijd liever nuttig, bijvoorbeeld door mij te helpen met mijn volgende verhaal voor 500 Magazine aan Zee!’ Aan – uit. Aan – uit. Aan – uit. Meer antwoord komt er niet. Woest klap ik mijn laptop dicht en loop naar buiten. Misschien dat wat frisse lucht me goed doet. Als ik het parkje tegenover mijn huis inloop word ik bijna onderuit gehaald door een enorme herdershond. ‘Godskolere!’, grom ik. ‘Hou je hond bij je!’, roep ik in het luchtledige. Zijn baas is nergens te bekennen. 

Een paar minuten later haalt de hond me links in. Hij sprint vooruit naar een man op een bankje, even verderop. Ik zie nu ook de oorzaak van de haast: hij heeft een tennisbal in zijn bek. Chagrijnig besluit ik verhaal te halen bij de man. Ik stamp naar hem toe en geef gelijk gas: ‘Die hond liep me net bijna ondersteboven! Kun je niet uitkijken? Gooi die bal ergens anders heen! Ik kom hier voor m’n rust!’

De man reageert niet. Nul. Ik haal adem voor een volgend salvo als ik zijn mondhoeken zie omkrullen. ‘Wat is rust eigenlijk?’, vraagt hij. ‘Als ik een lesje filosofie wil ga ik wel naar de universiteit!’, snauw ik. Mijn toon lijkt hem niet te deren. Onverstoorbaar vervolgt hij zijn betoog. ‘Met oogkleppen op als een bezetene je doelen najagen, is dat rust? Als je dat doet, ben je niet meer dan een hond die een bal wil vangen. Je hebt oog voor één ding. Je ziet niks onderweg, en met een beetje pech raak je het zicht op de bal ook nog kwijt. En dan? Dan heb je niks meer.’ Ik weet niet precies wat er gebeurt, maar iets in zijn woorden maakt dat ik wil blijven luisteren. Ik laat me naast hem op het bankje zakken als hij verder gaat. ‘Rust, dat is om je heen kijken. Af en toe een bal gooien en afwachten wat er gebeurt. Soms krijg je hem terug, soms niet. En ook dat is goed.’ 

Ik snap niet helemaal wat hij bedoelt, maar ik voel dat hij gelijk heeft. Ik bedank hem en sta op. Als ik na een paar stappen omkijk is het bankje leeg. Hij is weg. Ik zie hem nergens meer. Hij lijkt haast in lucht te zijn opgelost. Ook de hond is nergens te bekennen. Ik haal mijn schouders op en loop naar huis, klap mijn laptop open en begin te typen. ‘Mijn ontmoeting met de Hondenman. Aan – uit. Aan – uit. Aan…

Ter nagedachtenis aan Piet Cornelisse

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op