Plastic paardje

Koningsdag, half zeven ‘s avonds. Ik loop door de Bakkummerstraat. Het is al bijna niet meer te zien dat hier vanmorgen honderden mensen hoopvol hun koopwaar op een kleedje uitstalden. Her en der staat in een krijt nog een naam op de stoep, langs de weg ligt een oranje slinger, bij de Family een oude stofzuiger. Voor Fase Fier vind ik een plastic paardje. Het is roze, met lange manen en grote ogen. Voorzichtig pak ik het diertje op. Ik probeer rustig te blijven als het me terug in de tijd sleurt.

‘Nu kiezen Elze, we gaan over vijf minuten weg!’ Ik ben zes en sta in mijn kamer. In mijn ene hand een roze plastic paardje, in de andere een knuffelbeer. Mama roept nog een keer vanuit de gang: ‘Elze! Als je nu niet kiest nemen we niks mee!’ Huilend stop ik de beer in mijn rugzak. Het paardje leg ik op bed. Ik dek hem toe. Dag bed, dag paardje, ik kom weer terug als papa en mama geen ruzie meer hebben.

In onze nieuwe woonplaats kan ik niet goed aarden. Het is er druk, overal zijn auto’s. Als ik buiten wil spelen moet ik drie trappen af en ik moet op de stoep blijven als ik speel. In het begin vraag ik veel naar papa, maar mama wil niet over hem praten. Na een tijdje komt er een andere meneer bij ons thuis. Ik ken hem niet. Mama moet steeds om hem lachen. Hij neemt soms speelgoed voor me mee maar dat vind ik stom. Ik wil mijn plastic paardje terug. 

Zodra ik genoeg geld heb gespaard voor een treinkaartje reis ik terug naar ons oude huis. Al van ver zie ik dat er iets veranderd is. De grote berk in onze voortuin staat er niet meer en de gordijnen zijn blauw met ruiten, heel anders dan de vrolijke gele die mama naaide. Een vreemde mevrouw doet open. Als ik haar vraag waar mijn papa is en of ze mijn plastic paardje heeft gezien, kijkt ze verdrietig. ‘Je papa woont hier niet meer lieverd. Als ik je plastic paardje vind zal ik het voor je bewaren.’ 

Na een paar maanden heb ik genoeg gespaard voor een nieuw plastic paardje. Ik zoek overal, maar vind nergens een roze. Na lang twijfelen kies ik een groene. Hij is mooi, maar het voelt toch anders.

‘Kijk mama, mijn paardje!’ Ik schrik op uit mijn gedachten als een klein blond meisje aan komt rennen. Haar moeder lacht verontschuldigend: ‘We kochten het paardje vanmorgen op de vrijmarkt maar ze verloor het in alle drukte. Wat fijn dat u het gevonden hebt!’ Ik hurk voor het meisje neer en druk haar het paardje in de armen. ‘Alsjeblieft lieverd. Wees er maar heel zuinig op.’

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op