Rare vogel

Met snelle passen loopt de oude man over het zandpad.  De capuchon van zijn jas hangt over zijn gebogen hoofd. Hij ziet de nieuwe groene grassprietjes in de wei niet, ook geen ontluikende krokusjes in de berm. Zijn hoofd is rood, zijn mond een streep. 

Aan de rand van het weiland staat een houten bank. Henk Kievit grijpt met beide handen de leuning vast en buigt voorover. Hij voelt zijn hart bonken achter zijn ribben en sluit zijn ogen. Moeizaam zuigen zijn longen de koude lucht naar binnen.  Rustig man, zegt hij tegen zichzelf. Hij opent zijn ogen, strekt  voorzichtig zijn rug en stopt zijn ijskoude handen in de zakken van zijn beige houtje-touwtje jas. Stom om zonder handschoenen het huis uit te rennen, vluchtend voor het zoveelste klusje dat gedaan moest worden. Genoeg heeft hij ervan:  van haar gezeur dat dít nog moet en dát nog en o ja, dat ook nog! Zijn vingers knijpen in elkaar tot harde vuisten. Hij voelt de pijn in de kootjes schieten. Kalm Henk, mompelt hij, rust even uit op deze bank.

Zodra hij zit en zijn ogen op het weiland richt ziet hij hem. Hij voelt geen vochtige  planken onder zijn billen. Hij merkt niet dat zijn vingers warm worden in de jaszakken. Hij heeft niet in de gaten dat zijn lippen zich ontspannen, dat hij glimlacht. Ademloos kijkt hij naar de vrolijk dansende  zwarte kuif op de kop van de vogel.

“Hé naamgenoot, je bent er weer! Heb je een goede reis gehad?” vraagt hij zachtjes. “Honger heb je vast en zeker. Nou, wormen genoeg in dit wilde weilandje, slimmerik.” De vogel pikt rustig door. Zijn groene, bijna zwarte veren glanzen, zijn borst is stralend wit. Vrij als een vogel ben jij,  mijmert de man.

Jij niet dan? De vraag schiet door zijn hoofd. Zonder die klussen elke dag zou hij zich veel vrijer voelen. Ze verzint steeds nieuwe, nooit is het genoeg, nooit is hij klaar.

Je bent er klaar mee! De man knikt: hij is er helemaal klaar mee.  Met een schok gaat hij rechtop zitten. De vogel stopt met pikken, de kop gaat omhoog en draait zijn kant op. Twee donkere ogen kijken hem aan. De man  kijkt terug.

 Vroeger ook al zo  chagrijnig? De man knikt weer. Ze pestten hem na schooltijd, hij hoort ze weer roepen: “Kié viet, kié viet, rare vogel, rare vogel!”

Dat bén je toch?  De kieviet kijkt hem nog steeds aan.

Dan, opeens, ziet hij zichzelf zitten op de bank : hangende schouders in een natte winterjas, vleugellam. Henk Kieviet schiet in de lach: hij is zéker een rare vogel! Geschrokken schiet de kieviet de lucht in. De brede vleugels wieken op de wind en hij roept: “Kié…viet, kie…viet!”  “Rare vogel, rare vogel,” roept de man hem lachend na. Hij kijkt tot de kieviet is verdwenen en vervolgt met lichte tred zijn weg.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op