De Feilloze Beweging

Dit was het beslissende, eeuwige moment. De Natuur zou zijn getuige zijn. De sneeuw was als fladderend, disco glinsterend, zacht grind in de schuine zon naar beneden gedanst. De vlokken leken onwillig om naar beneden te vallen. Terug naar boven, naar hemel hun jeugd wilden ze. Hij herkende dat, maar niet uit verlangen om terug te keren naar de geborgenheid van een wolk en liefde. Maar om het nu anders te doen en te herstellen.

De flonkering in de wijd open ruimte met zijn oneindigheid werd leeg. Achter hem de grijze ruwe hemel met grauwe spuwende massa’s. Voor hem de blauwe lucht met zijn verblinde schuine vingers. De doodstille bomen leken vol verwachting naar hem te gluren, niet te bewegen, bang voor wat kon komen. Zou het nu lukken, na al die jaren?
Het was tijd om af te rekenen.

De duinen waren als in een diamanten vloerkleed gehuld, warm en onaangeraakt. De sneeuw lag als slagroom over de sexy golvende heuvels. Het viel hem op dat zelfs de altijd aanwezige rochelende kraaien er het stilzwijgen toe deden, als waren ze uitgeput van de sneeuwdans, het gebrek aan zicht op hun wereld, onder de indruk van het verblindende dekbed en net als de bomen vol verwachting. Het moest nu gebeuren.

Als 84-jarige keek hij terug op pogingen in Oostenrijk, de Himalaya, daar achter bij Yvette en de achtertuin van zijn ouderlijk huis. Daar, dáár in die achtertuin was zijn obsessie begonnen. Daar had hij de bijna volmaakte cirkel gezien, achtergelaten in de sneeuw, heimelijk gemaakt door zijn vader. Die vader, die gesel, die hij brandend haatte. Die altijd zat te schmieren en te schimpen. Die het beter wist. Die geen foutje dat hij maakte onbesproken liet, voorbeelden vertelde over hoe hij het wel had gedaan of zou doen. En verdomd, ook deed.

Die duizendvoudige duivel. Die maar niet doodging en driekwart van zijn leven voerde en bezielde met zelf minachting. Die hij voederde in zijn laatste dagen. Die hij wilde vertellen over het levensgeluk dat door zijn vingers was geglipt. Door Hem, die Alwetende Vader van wie hij hoopte dat hij zou rotten in de hel. Denkend aan zijn vader altijd weer die vrijwel volmaakte gele cirkel in de sneeuw.

Vrijwel volmaakt, dát was zijn kans! En wel nu. De natuur zou zijn getuige zijn. Traag maakten zijn koude, stramme vingers de knopen los. Hij voelde zich vol wilskracht. Bekwaam. Hij wist, zijn kunstheup was geen materiële doping maar een extra horde die zijn prestatie een nog grotere glans zou geven. Vandaag zou hij zijn vader overtreffen, overwinnen en overweldigen.

Eén kans, de volmaakte concentratie, loslaten en één draaiende beweging. Nú. Hij voelde elke vezel in zijn spieren in zijn billen en heupen. Pure gelijkmatigheid, het sissende geluid; hij deed zijn ogen open. Daar, de eeuwige cirkel, het goddelijk blinkend wit doorbrekend. Loslaten, ja, nu kon hij loslaten. Na zijn val lag zijn hoofd midden in de cirkel. Het beslissende moment, zijn laatste moment. De natuur was zijn getuige.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties