Dagdromen

In kranten- en tijdschriftenrubrieken waarin geprobeerd wordt een soort persoonlijkheidsprofiel van iemand te schetsen, komt vrijwel altijd de vraag voor: wat is uw favoriete dagdroom? Je moet in het leven op alles voorbereid zijn en dus heb ik lang geleden alvast een antwoord bedacht voor het – overigens onwaarschijnlijke – geval dat ik ooit voor zo’n rubriek in aanmerking kom. Mijn favoriete dagdroom, zal ik dan zeggen, luidt als volgt: in een afgeladen Concertgebouw het drieëntwintigste pianoconcert van Mozart zo spelen dat na afloop mannen stil voor zich uitstaren en mooie vrouwen zich gretig aanbieden.  

Dagdromen komen nooit uit. Kúnnen niet uitkomen. Toch ben ik nog een aardig eindje gevorderd. Dat zit zo. Enige tijd geleden was ik betrokken bij de organisatie van een bijeenkomst die plaatsvond in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Ik was ruim voor het begin aanwezig, maar er was niets meer te doen. Tijd genoeg dus om een wc te zoeken. Die vond ik met enige moeite en na gebruik ging ik terug naar de Kleine Zaal. Maar kennelijk nam ik een verkeerde afslag, want ik kwam niet waar ik wilde zijn. Toen, na nog weer een gang, stond ik opeens voor de deur van de Grote Zaal. De deur waar eindeloos veel muzikale beroemdheden in de loop der jaren door zijn gegaan om de lange trap naar het podium af te dalen. En na hun optreden weer omhoog, even de deur door, en weer naar beneden – onder een niet aflatend applaus. Ik keek door de patrijspoorten. De Grote Zaal was helemaal leeg. Nergens viel enige activiteit te bespeuren. Ik kreeg een vreemd gevoel in mijn maag.

De deur kon open. Ik glipte de zaal in en liep langzaam de trap af. Ik bereikte het podium, waarop enkele lege muziekstandaards en stoelen stonden, maar ook een vleugel. Een pianokruk was er niet. Ik pakte een van de stoelen en zette die voor het toetsenbord. Mijn hartslag was inmiddels flink opgelopen, want elk moment verwachtte ik de binnenkomst van een of meer muzikanten of beveiligingsmensen. Of, nog erger, zo’n enge lichtbundel op m’n gezicht. Maar er gebeurde niets. De klep van de vleugel stond open. Ik kon beginnen.

Het drieëntwintigste pianoconcert van Mozart is nog nooit zo snel gespeeld. Binnen een minuut klonken als perfecte climax de laatste tonen van het derde deel. Ik stond direct op, maar toch niet vroeg genoeg om het losbarstende applaus voor te zijn. Een beetje onhandig maakte ik een buiging naar de zaal. De dirigent kwam op me af; ik gaf hem een hand en mompelde een bedankje. Daarna liep ik snel de trap op. Ongeveer op tweederde draaide ik me om en daalde weer af. Zo’n applaus kon je niet negeren. Nog één buiging, daarna beklom ik de trap opnieuw. Boven ging ik de deur door. Door de patrijspoorten zag ik dat het applaus onverminderd aanhield. Iedereen was gaan staan. Het was natuurlijk tegen alle mores in, maar ik ben niet nog een keer naar beneden gegaan.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

1
Reageer op dit artikel

avatar
1 Comment threads
0 Thread replies
0 Followers
 
Most reacted comment
Hottest comment thread
1 Comment authors
Anneke Plevier Recent comment authors

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
nieuwste oudste meest gestemd
Abonneren op
Anneke Plevier
Gast
Anneke Plevier

Heel leuk en goed geschreven verhaal van Henk, ik zag het zo voor me..