Waarom ik geen (zorg-)contract meer sluit

Ik ben psycholoog geworden omdat ik mensen die worstelen met ingrijpende gebeurtenissen in hun leven wilde helpen. Heel lang lukte me dit met laagdrempelige zorg en kortdurende behandelingen. De afgelopen jaren viel het me steeds zwaarder.

Ik moest met zorgverzekeraars contracten sluiten die steeds meer gingen knellen en die ervoor zorgden dat ik meer bezig was met me te verantwoorden over de zorg dan met de zorg zelf.

Sinds 2006 kennen we de huidige wet op de zorgverzekering. Iedereen is verplicht verzekerd voor ziektekosten (verzekeringsplicht) in het basispakket. Zorgverzekeraars mogen niemand weigeren voor het basispakket. Elke verzekering moet een minimale basisdekking leveren (besluit zorgverzekering) en de geestelijke gezondheidszorg (ggz) maakt daar deel van uit. De ggz is onderverdeeld in de basis ggz (huisartsenzorg en eerstelijnspsychologische zorg) en specialistische ggz voor meer complexe problematiek.

Met de invoering van de basisverzekering werd de marktwerking in de zorg ingevoerd. Zorgverzekeraars hebben zorgplicht, dat wil zeggen dat ze voldoende zorg moeten inkopen voor hun verzekerden. De zorgverleners, waaronder ik, mogen niet zelf hun prijs vaststellen. Dat doet de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA).  Zorgverzekeraars mogen in hun contracten eenzijdig afwijken van deze tarieven  en voorwaarden bepalen. Zorgverleners hebben in deze markt geen ruimte. Het is kiezen of delen.

Verzekeraars bepalen niet alleen de prijs, ze schrijven ook voor wat voor soort behandelingen je mag leveren. In de basisggz kennen we vier zorgproducten (kort, middel, intensief en chronisch). In een zogenaamde prestatiemix wordt voorgeschreven dat je niet alleen maar intensieve trajecten mag doen, maar dat er een goede verdeling moet zijn tussen de producten.

Om de zorgkosten in de perken te houden worden zorgkostenplafonds bepaald. Stel je krijgt van een zorgverzekeraarskoepel een jaarbudget voor 4 korte trajecten, 4 middellange trajecten en 2 intensieve trajecten en je hebt in juni al 10 cliënten gezien van die zorgkoepel, dan mag je niet meer declareren naar die verzekering. De zorg voor cliënt nummer 11 wordt dan dus niet meer vergoed. De zorgverzekeraar gaat ervan uit dat de zorgaanbieder de kosten dan voor zijn of haar rekening neemt. In de praktijk wordt deze cliënt door verwezen naar een collega die wel ruimte heeft of de cliënt komt op een wachtlijst.

Cliënt is klant bij de zorgverzekeraar en denkt goed verzekerd te zijn, zorgverleners moeten het slechte nieuws brengen als dit in de praktijk toch wat genuanceerder blijkt te liggen.

Goede zorg leveren zonder contracten kan nu gelukkig ook nog. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht. Als een verzekerde zorg nodig heeft, dan kan deze zelf een zorgaanbieder zoeken en de gemaakte kosten declareren. Voor 100% vergoeding hebben cliënten een restitutiepolis nodig (recht op vergoeding). Daarnaast heb je naturapolissen (recht op zorg). Bij een natura polis betaalt de verzekerde iets minder premie, maar heeft hij ook minder keuzevrijheid. De vergoeding voor  niet-gecontracteerde zorg is bij een naturapolis lager. Maar er is een minimumvergoeding vastgesteld (hinderpaalcriterium), zodat er geen belemmering is voor de verzekerde om naar een niet gecontracteerde zorgverlener te gaan.

Voor zolang het duurt, want de zorgverzekeraar wil het liefst van de restitutie polis af. Dan is er helemaal geen sprake meer van een vrije markt.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op