Stilzwijgend …. 

Stilzwijgend en met stomheid geslagen zit ik op de achterplecht van de taxiboot die ons naar het resort brengt. We hebben net een van de mooiste kustplaatsjes van Europa bezocht. Het was er op deze warme, zinderende avond in augustus een drukte van jewelste: straatmuzikanten deden hun uiterste best de mensen te vermaken, een mannenkoor zong a capella Il Divo-achtige muziek, kinderen verkochten er op de trappen prachtige schelpen en prezen hun prulletjes met zachte klanken in hun moedertaal aan, andere kleintjes bedelden met overslaande stemmetjes om ijsjes, terrasjes zaten vol met mensen die amusante en luidruchtige gesprekken voerden.

Al snel ontvluchtten we de drukte en doken we de rustige, smalle omhooglopende straatjes met kleine steentjes in, steentjes die af- en uitgesleten waren door ontelbaar veel voetstappen … Geen steen was hetzelfde. Ik dacht eraan hoe spekglad deze stenen trappen zouden worden als de regen erop neer zou kletteren, zoals een paar dagen geleden tijdens een hoosbui was gebeurd.

We streken neer in een aquablauw gedecoreerd retro tentje op fluweelzachte kussentjes die op de trappen lagen. Hoog boven ons haalde een vrouw de was binnen, het katrolletje piepte en knarste. In mijn verse citroenlimonade botsten de ijsblokjes vrolijk tegen elkaar en het lokale lichte biertje van mijn partner vulde bruisend het glas. Andere toeristen zochten al pratend hun weg tussen de tafeltjes door. We hoorden de gesprekken in vreemde talen aan alle kanten om ons heen. Naast ons stond een muziekbox, die net even iets te hard stond voor ons gevoel, maar ach, het was er gezellig. Op de terugweg naar de boot passeerden we nieuwe, overvolle terrasjes waar de obers af en aan liepen en waar de ‘keuken’ geluiden alom aanwezig waren.

Bij de watertaxi aangekomen, zochten we een mooi plekje op de achterplecht. Op het moment van vertrek hoorden we de krachtige motor en het klotsen van de golven tegen de kade.

Opeens was het opvallend stil om ons heen, geen pratende mensen, geen smekende kinderen, geen muziek. We bevonden ons midden in een grote groep mensen die in stilte met elkaar spraken. Mensen die scherp op elkaars gezichtsuitdrukkingen letten, die lachten, die af en toe toch een of ander licht geluid maakten of met hun tong klakten en mensen die duidelijk veel plezier met elkaar hadden. Hun handen bewogen onophoudelijk en dwarrelden door de lucht. Als iemand iets wilde zeggen, maakte hij dat duidelijk door met zijn hand te zwaaien. Wij ‘verstonden’ er niets van en ineens kwam het besef met een harde klap bij me binnen: ik kon niet met deze mensen communiceren. Ik, die het liefste alle talen van de wereld zou willen spreken omdat ik nieuwsgierig ben naar andere culturen, gebruiken en gewoontes, verstond deze mensen niet en wist met geen mogelijkheid hoe ik contact met hen zou kunnen maken. Ze merkten ons overigens helemaal niet op en gingen volledig op in hun eigen ‘stille’ wereld van gebaren.

Aandachtig observeerde ik alle ‘gesprekken’. Naast ons zaten een vader en zijn zoon. Even hoopte ik nog dat niet alle mensen van deze groep doof waren, dat er kinderen zouden zijn die gewoon konden horen net als wij. Ik probeerde de zoon iets te vragen, maar hij schrok daar zo van dat ik het niet nog een keer probeerde. Het raakte me om te zien hoe hij zijn best deed om vooral niet met me in contact te komen. Ik wist ook eigenlijk niet hoe ik dat het beste kon doen, allerlei gebaren spookten door mijn hoofd. Zijn vader zag mijn onmacht en zocht met zijn ogen contact. Ik vouwde mijn handen tegen elkaar voor mijn borst … namasté … een Oosters gebaar waarmee ik mijn respect voor deze mensen wilde aangeven. Daarnaast voelde ik me ook een beetje schuldig omdat ik hun gesprekken zo ongegeneerd had zitten bekijken. De vader maakte een gebaar van dank en ook van kracht. Thumbs up was mijn reactie. Opeens hadden ook de andere leden van de groep ons in de gaten en wisselden we internationale, respectvolle gebaren uit en hadden we op een bijzondere manier contact.

Terwijl ik van de boot afstapte, kon ik met moeite mijn tranen binnenhouden. Ik realiseerde me opeens hoe makkelijk ons leven eigenlijk was, en ook hoe bewonderenswaardig deze mensen zijn. Ondanks dat ze zoveel missen zoals de geluiden die deze zomerse avond in het prachtige stadje op de rotsen extra waarde gaven, straalden ze een ongelofelijke kracht en levenslust uit. Normaal heb ik een vlotte babbel en voer ik het hoogste woord, maar de hele weg over de kade liep ik stilzwijgend en nog steeds een beetje met stomheid geslagen …

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties