Meten of niet meer willen weten?

Het broodmagere ventje had zwemmen geprobeerd en een halfslachtige poging tot tafeltennissen gedaan. Beide kansloos. Op zijn 15e was hij begonnen met hardlopen. Nou ja, eerst atletiek, maar het hordelopen, polsstokhoogspringen en discuswerpen ging hem beduidend minder goed af dan lekker hardlopen, hoe verder hoe beter. Eindelijk een sport waarbij zijn schrille lichaam hem hielp.

Aangestoken door de rest van de groep ging hij als vanzelf steeds meer en harder trainen. Op zaterdagochtend circuittraining in het bos: kniebuigingen met een kerel van 90 kilo op je nek, sprintjes door het losse zand, opdrukken, springen. Bootcamp avant la lettre, om maar even een paar talen door elkaar te gooien. Met het trainen kwamen zelfs aan het schriele lijf enigszins serieuze spierpartijen. Wasbordje, spierballen, dat soort dingen.

Als vanzelf ging hij ook meedoen aan allerlei wedstrijdjes en wedstrijden. Hij herinnerde zich de cross waarbij ze midden in de winter in de sneeuw aan de start stonden. Hoewel het 15 graden vroor, in korte broek. Natuurlijk in korte broek. Bikkels waren ze. Fanatieke bikkels.

Bij serieus hardlopen hoorden serieuze doelen en plannen. Bij plannen hoorde meten en bij meten hoorde een sporthorloge. Een simpele Casio van de kermis. Later volgde een exemplaar met veel knopjes, tussentijden, een timer en zelfs een hartslagmetertje. Dat was anno 1990 of zo – mind you! – reuze geavanceerd. Het apparaat had een soort mini-touchscreen (dat toen zo nog niet heette) waarop hij een vinger moest leggen, waarna zijn polsslag tevoorschijn  getoverd werd. Later kwam er een horloge met een aparte borstband voor in de plaats. Maar dan hebben we het al over de jaren zero… Het spul slingert nog ergens in zijn kast.

Inmiddels hebben alle spullen plaats gemaakt voor de smartphone. Strava, Nike+, Runkeeper en vergelijkbare apps houden niet alleen bij hoe lang de loop duurt, maar ook de gemiddelde snelheid, hoogtemeters, een kaartje voor op Facebook en de vergelijking met andere runs of om wedstrijdje te doen met de hele buurt.

Echter, aan deze laatste technologische ontwikkeling doet hij niet meer mee. Hij loopt nog maar zelden met een apparaatje. Mindfulness, chi-running en Zen zijn de nieuwe doelen. Gewoon thuis de deur uit of ergens in de natuur, lopen zonder concreet doel, beetje zwerven of een vast rondje, maakt niet uit. Tijden zijn niet interessant, lekker het hoofd leegmaken en ontspannen des temeer. Genieten van de natuur, de stilte of het ruisen van de zee. Bezig zijn met het hier en nu, niet denken aan sneller of verder. Hij ziet het als een nieuwe fase in het hardlopen; als een teken van volwassenheid en van mentale groei. Hij is er trots op.

Of… is het angst, voor aftakeling, voor ouderdom, voor vergane glorie, de waarheid niet onder ogen durven zien?

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op