Kasseien

Sommige dingen zijn ‘Heilig’. Voor de Belgen is dat De Ronde van Vlaanderen, inclusief het ‘Ronde van Vlaanderen museum’ in Oudenaarde. Met als topstukken de kasseien waarop de namen van De Winnaars staan geschreven. De matadoren, de wielrenners zijn heilig. En Belgisch bier.

Als Noorderbuur ervaar je die verering voor De Ronde en Wielrenners ook. Men remt en laat je voor gaan als je met je racefiets aan komt scheuren (of peddelen zo u wilt).  Ja, u leest dit goed beste lezer; men stopt daar voor wielrenners. Respect! Heel anders dan in Nederland, daar ben je als wielrenner een hinderlijk figuur die in de weg rijdt. Ik ben al eens op een smal weggetje praktisch de sloot ingereden door een Boze Witte Man. ‘Jij hoor hier niet’, snauwde hij me toe.

Afijn. De kasseien dus. Voor wie het niet weet (onbegrijpelijk); dat zijn van die granieten vierkante steentjes van een handje breed zoals die op de Dam liggen. Dat plein met die duiven in Amsterdam dat je passeert tijdens de sales als je van H&M naar …  H&M loopt.

Er liggen grote stroken van in Vlaanderen die liefdevol worden onderhouden door de inheemsen daar. Want dat maakt van De Ronde de uitputtingsslag, heftigheid, spektakel en mythe. Die kasseien liggen rommelig en al jaren in onordelijk ‘rijen’. Geen Hollandse rijen, maar Belgische; met fijne kuilen, schuine randjes, kapot en gaten. Alsof gisteren een serieuze colonne tanks uit de Tweede Wereldoorlog daar de boel heeft omgeploegd. Zoiets. Laat ik het zo zeggen, je houdt geen ballen meer over, zeker niet als je downhill gaat.

Dus ‘maar eens doen!’ dachten De (frisse) Jongens van tourgroep De Natte Zeem.

Die kasseienstroken hebben allemaal prachtige mythische namen zoals ‘De Oude Kwarremont’, De ‘Muur van Geraardsbergen’ en de gruwelijkste van allemaal; de ‘Koppeberg’.

Een heel end voor Geraardsbergen staat ‘De Muur’ al aangegeven. Iedereen weet waar het over gaat. Hij loopt door het dorp stijl, stijler, stijlst omhoog. Tot 19 graadjes. Je fiets als het ware in wandeltempo. ‘Op je fiets blijven, door blijven trappen, gáán, niet naar boven kijken, lúl, wat doe ik hier?’  Enzovoorts. Een interessante, beter niet letterlijk op te schrijven, interne dialoog ontspint zich. De dorpelingen moedigen aan. Ondanks dat dit dag in dag uit doorgaat. ‘Alé manneke, ge zijt er bijna’. Liegen kunnen ze ook. Victorie! Gedaan! Afstrepen van bucketlist.

Daarna la piece de résistance. De Koppeberg. 400 meter recht omhoog, 20 graden. De Ventoux is hier een makkie bij. 400 meter lijkt kort en dat is het ook. Maar ach…
Halverwege, in Jouw Strijd, een tourgroep met 2CV’s, Lelijke Eendjes, achterop. Fijn die benzeen in jouw naar zuurstof smachtende longen. Die dingen komen óók niet omhoog. En dan: Het Noodlot. Getoeter achter je (een aanmoediging zo bleek). Je denkt ‘verdomme, rot op met je roestbak…’. Uit je trance, afgeleid; hapering … en het is gebeurd. Omdat je nauwelijks snelheid hebt val je gewoon om. Op die weinig meeverende kasseien. En dan de ultieme vernedering… Lopend omhoog. Je vloekt tegen de eerst nog vrolijk kijkende Eendjes-inzittenden.
Kut berg. We will meet again!

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
Abonneer
Laat het weten als er
guest

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

0 Reacties
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties