Het nieuwe werken

Soms zit het wat tegen. Vaak op een maandag na een gezellig weekend of na een vakantie, maar dat kan ook toeval zijn. Zo stapte ik deze maandag om vijf voor half zeven in de trein richting Utrecht om vervolgens te stranden op Amsterdam Centraal. Problemen met de bovenleiding bij station Duivendrecht volgens de conducteur van dienst. O nee, toch niet. Ja, toch wel. Met enkele medereizigers wisselde ik een blik van verstandhouding. Zij bedachten ongetwijfeld net als ik dat ze net zo goed een half uur langer in bed hadden kunnen blijven liggen. Maar of ze zich ook zorgen maakten over een beschikbare werkplek? Ik vermoed van niet.

Een half uur later reed de trein stapvoets verder.

Voorheen was een half uur vertraging nooit een probleem. Dat is echter veranderd sinds mijn werkgever het nieuwe werken heeft omarmd. Het nieuwe werken gaat ervan uit dat medewerkers steeds gemakkelijker tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen werken, bijvoorbeeld op woensdag- en zaterdagavond, wat overigens ook een verklaring kan zijn voor het feit dat steeds minder mensen seks hebben, maar dat terzijde.

Voordeel voor de werkgever is dat je minder kantoorruimte nodig hebt: mijn werkgever koos voor 0,6 bureau per 0,9 medewerker. Op woensdag en vrijdag is dat inderdaad wel voldoende. Op maandagochtend daarentegen moet je vroeg acte de présence geven om nog een concentratieplek te kunnen vinden, waar je ongestoord kunt werken. Ben je iets later, dan ben je aangewezen op een open werkplek.  In het slechtste geval kun je nog in de aanlandzone (zo heet het echt) terecht.

Vanaf half negen start de parade van teleurgestelde collega’s over de gangen. Zoekende en verwijtende blikken. Als vroege medewerker die tijdig zijn handdoekje op een plek heeft gelegd, durf je je concentratieplek bijna niet meer te verlaten. Halverwege de ochtend staar ik met de knieën stevig tegen elkaar, stug naar het beeldscherm, pogend collega’s en plasdrang te negeren. De laatste keer dat ik terugkwam van plassen, stonden er zeven collega’s met een groot planbord op ‘mijn’ plek te overleggen.

Hoe later op de ochtend, hoe drukker het wordt in de trappenhuizen en liften. Medewerkers beginnen op de eerste verdieping met zoeken, lopen een rondje en kijken vervolgens steeds een verdieping hoger. Inmiddels zijn er in het trappenhuis speciale ‘powerfood&drinks’-punten ingericht, om te voorkomen dat medewerkers van uitputting stranden tussen twee verdiepingen. Niet geheel ondenkbaar aangezien de gemiddelde leeftijd van de medewerkers inmiddels bijna 50 is.

Sinds kort hebben we allemaal een laptop van de zaak waarmee we nu ook met thuiswerkende collega’s of collega’s die elders in het gebouw zitten, kunnen skypen. Omdat korte gesprekjes aan het bureau, telefoontjes en skype-gesprekken al snel leiden tot een verzoek om stilte of non-verbale gewelddadige communicatie, trekken steeds meer medewerkers zich terug in het trappenhuis. Je moet zo nu en dan wel je buik inhouden voor een passerende collega die nog een werkplek zoekt, maar verder stoor je niemand.

Het schijnt dat een medewerker zijn kinderen die al schoolvakantie hebben, heeft gevraagd om op de maandag, dinsdag en donderdag limonade te verkopen in het trappenhuis, vanuit zo’n handige rugtap. Wordt het toch nog gezellig.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op