Het nieuwe treinen

Tsjonge, wat een gedoe, dat nieuwe werken. Blij dat wij gewoon anti-kraak in een sjieke stadsvilla in hartje hofstad zitten. Vlak bij de koning en vlak bij de winkels. Regelmatig rijden er mooie koetsjes met paarden langs en er is tot ons grote geluk onlangs ook nog een splinternieuwe Spar-supermarkt geopend, maar dan wel eentje die is ingericht op de lunchende, werkende mens die geen zin heeft in bruine boterhammen met pindakaas van thuis. Onze hipstervrienden in het überhippe broodtentje om de hoek gaan fikse concurrentie krijgen denk ik. En gezien de kosten van de gezonde lunchsalades, zijn stevige salarisonderhandelingen bij de volgende contractbesprekingen hard nodig.

In die mooie villa heb ik een eigen werkplek, in een kamer die ik alleen deel met onze boekhouder. Rust en ruimte dus. Ik heb een eigen pc en een eigen ladenblok en ook een grote stapel eigen postbakjes, die ik lekker vol stop met papieren die ik ooit nog eens wil bestuderen, maar waar ik nu nog even niet aan toe kom. Een eigen kapstok en een eigen aircoblaasapparaat met afstandsbediening maken onze werkkamer compleet. Of je doet gewoon het raam open. Kun je naar de leuke koetsjes met paarden en lakeien kijken die af en aan rijden naar de koning of de parkeerwachten bespieden die tussen de ambassade-auto’s door laveren en een diplomatiek parkeerbonnenschandaaltje proberen te vermijden.

Sommige kamers hebben van die mooie plafonds en eentje heeft zelfs een marmeren open haard en een heel groot antiek schilderij met een reusachtige gouden lijst. Het enige nadeel is dat een ander deel van het huis ook is verhuurd. Soms verdwijnt er dus wel eens wat en de toiletten worden in het weekend illegaal gebruikt, dit tot ergernis van het schoonmaakbedrijf, want het valt ons eerlijk gezegd niet op. Twee wc’s op 14 mensen en één keer per week de schoonmaak… we delen ieder buikgriepvirus collegiaal met elkaar. Eigenlijk is mijn grootste ergernis dat die andere huurders op onze parkeerplekken staan en er niet af willen. Ik kom zelf eigenlijk vrijwel altijd met de OV-fiets, maar het gaat gewoon om het principe.

En dan de trein ja… de hofstad is heel ver weg. Het lukt de NS al jaren niet meer om die lange afstand in één keer te overbruggen, waardoor ik – en nog heel veel andere reizigers – iedere ochtend een stressige paar minuten beleven om de spits intercity te halen – die notabene meestal op het naastgelegen perron staat, maar soms ook niet, dat is het grappige verrassingselement, en die meestal eigenlijk al weg had willen zijn. Tot wij dus op de deuren gaan bonzen: Wij willen ook mee! Laat ons erin! Eén keer kregen we ook nog op onze kop van de conducteur, dat we nog mee wilden, en ging hij in Leiden ook nog een keer omroepen dat het onze schuld was dat we vertraging hadden opgelopen.

Het allerjammerste van dit treinforenzen is echter wel dat de NS kennelijk wel heeft bedacht dat mensen ’s morgens zo snel mogelijk naar hun werk willen, maar dat ze zich niet realiseren dat al die mensen aan het eind van de dag ook weer terug naar huis willen. Dus ben ik het laatste deel van de terugreis veroordeeld tot een snikhete, benauwde sprinter die er veel langer over doet dan de intercity. Maar goed: ik kan dan wel lekker lang lezen. Tenminste: als ik kan zitten natuurlijk, tijdens het nieuwe treinen…

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op