Vier uw vierdagen

Vandaag viert mijn geweldige moeder haar 80ste verjaardag. Als je haar ziet zou je ook zo geloven dat ze 70 gaat worden. Toen ze rond de 30 was voelde ze zich een stuk minder fit en mopperde ze: ‘ik voel me 80, zie er uit als 60 en de 40 haal ik niet eens’. Maar hoe anders loopt het leven soms. Ze tennist nog steeds, zoals ze zelf zegt: ‘met veel enthousiasme en weinig techniek’. En van haar computer en foto-bewerking skills kan ik nog veel leren. Van andere dingen trouwens ook. Ze geniet van het leven.  Samen met mijn lieve vader, met wie ze lief en leed deelt vanaf dat ze vijftien was, heeft  ze Het Feest tot in detail voorbereid. ‘Vier uw vierdagen!’ ‘Kijk naar het mooie van het leven!’ dat houdt hen ook na een veelbewogen leven jong.

Ik zie haar staan naast het restaurant, op een duin bij IJmuiden, met uitzicht op een vaargeul die naar zee leidt. De zon schijnt en er komt een groot schip aanvaren. Het schip doet haar denken aan de ‘Sloterdijk’ het voor troepentransport omgebouwde vrachtschip dat haar en haar ouders, zus en broer in 1946 in een maand tijd van Nederlands-Indië naar Nederland voer.

Haar gedachten dwalen af.  Op het dek staat een ouderwetse strandstoel. Een houtenframe met blauw-wit doek er tussen gespannen. In de stoel zit een man. Het is haar vader, die nu al weer een paar maanden bij hen is. Daarvoor heeft ze hem bijna 4 jaar niet gezien, doordat ze in verschillende jappenkampen waren geïnterneerd. Zelf zit ze naast de stoel, op het kale schoongeschrobte dek. Haar verwassen jurkje spant om haar oedeemdikke buikje.

Ze ruikt etenslucht en kijk naar haar handen. Stevig houdt ze het witte emaille bord vast als ze langzaam de lange ijzeren trappen afdaalt, steeds dieper en dieper de donkere buik van het schip in. Zij zorgt als 8-jarige dat haar moeder en broer in de ziekenboeg te eten krijgen, omdat haar vader op het mannendek moet blijven en haar zus met de andere tieners bij de sloepen is.

Het schip vaart verder en er verschijnen andere mensen aan dek. De man in de strandstoel staat op en loopt met hen naar de reling. Naast haar vader staat haar moeder en haar schoonouders. In de boomlange jongeman die bij hen staat herkent ze haar jongste zoon. Ze zwaaien en mijn moeder zwaait glimlachend terug. Langzaam verdwijnt het schip richting volle zee.

Mijn moeder staat op het duin. Hand in hand loopt ze met mijn vader het restaurant in. Het ruikt heerlijk en alles ziet er prachtig uit. Ze voelt zich rijk. Eén voor één druppelen de gasten binnen; als eerste omhelst ze de kinderen, schoonkinderen en kleinkinderen met aanhang, daarna haar zus, broer, schoonzussen en zwager, (achter)neven en nichten en vrienden vanaf de middelbare school tot nu. Mijn moeder straalt. Mijn vader glimt van trots. Als iedereen een glaasje bubbels in de hand heeft, klimt mijn moeder op een stoel. Een jarige mag dat, en een 80 jarige zeker. Met een allesomvattend gebaar zegt ze: ‘Wat ben ik blij dat jullie allemaal met mij dit Feest komen vieren’. Iedereen heft het glas en we proosten op mijn moeder. En op het mooie van het leven. Hoera voor mijn moeder! Dat er nog veel moois bij mag komen, lieve Willy.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op