Groepsreis

In ons wintersporthotel mochten we een tafel in het restaurant uitzoeken waaraan we de rest van de week zouden eten. We kozen voor een tafel voor twee in een hoekje achterin. Naast ons aan het hoofd van een lange tafel zat een man van rond de veertig met enorme getatoeëerde bovenarmen. We noemden hem al snel Brutus. Even later kwamen de andere mensen van zijn gezelschap.

Niets leuker dan een groep observeren en er verhalen bij verzinnen. Wat was dit voor groep? Een familie? En wie waren dan de broers en zussen, wie waren de partners? Waarom was er slechts één kleinkind mee en bij wie hoorde hij dan?

De volgende ochtend kwamen we er achter dat het niet om een familie ging, maar een Duitse Ski Verein, waarvan ‘opa’ en Brutus de skileraren waren.
’s Morgens werd het strijdplan besproken wie er met welke skileraar op pad ging. Blessures teisterden de groep. Iedere avond bleef er een stoel meer leeg dan de avond ervoor.  Blessure één, meteen op de eerste skidag, had zo te zien behoorlijk last van zijn lies. Die zou de rest van de week niets meer klaar maken.

Een dag later verscheen blessure twee, een vrouw van middelbare leeftijd, met een mitella. Zij was de rest van de week afhankelijk van anderen voor een bordje sla van het saladebuffet. Een bourgondische groepsgenoot ontpopte zich tot haar charmante hulp. Vreemd genoeg bleek ze zich prima te kunnen redden zonder mitella in de souvenirwinkel, waar ik haar later in de week toevallig tegenkwam.

Blessure drie hebben we niet meer gezien. Zij moest worden opgenomen in het ziekenhuis.

Tot zover de kwaliteit van de leraren.

Brutus was duidelijk de leider. Hij had het hoogste woord en de vriendin van Blessure één kirde het hardst om zijn grappen. We doopten haar Olijfje. Blessure één zat demonstratief met zijn arm om haar heen in een uiterste poging te laten weten dat ze bij hem hoorde. Helaas oogde hij niet als Popeye en het feit dat hij mank liep droeg niet bij aan zijn sexappeal.

Op zijn eerste blessuredag was ze nog solidair bij hem gebleven, ook om te veranderen van koele blondine in een zwoele ‘red hair’. Daarna nam het flirten met Brutus toe tot ongekende proporties. Hoe luider zij lachte, hoe steviger de arm van Blessure één om haar heen. De volgende dag ging ze met Brutus de berg op.

De groep werd overigens niet alleen geplaagd door blessureleed, maar ook door een griepvirus. Steeds meer mensen waagden zich bleekjes uitsluitend aan een bordje rijst en wat water. De barman deed eigenlijk alleen goede zaken met Blessure één, die steeds meer begon te drinken.

De laatste avond zat Olijfje ineens aan het hoofd van de tafel. Blessure één zat met een liter bier voor zich een paar plekken verderop. Van Brutus ontbrak ieder spoor. Ook hij bleek geveld door de griep. Olijfje zag trouwens ook erg bleek, trok een extra vest aan en bestelde alleen wat rijst….

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!