Wat gaan we onze zoons meegeven?

Onze oudste zoon mag binnenkort voor het eerst stemmen. Toen ik zijn leeftijd had, stemde ik volkomen vanzelfsprekend op dezelfde partij als mijn ouders. Die wisten immers wat het beste was. Ik kan me niet herinneren dat mijn ouders veel werk maakten van onze politieke opvoeding. Voor hen was het vanzelfsprekend dat je als praktiserend gelovige je stem gaf aan een christelijke partij. Het duurde even voordat ik van partij veranderde. Het voelde als een volgende stap naar autonomie. 

Nu staan mijn man en ik er zelf voor. Wat gaan we onze zoons meegeven? Het werd erg actueel toen ik vorige week het nieuwe verkiezingsfilmpje van de PVV zag. Is dit de wereld die ik voor mijn kinderen wil? Een wereld die denkt in ‘wij’ en zij’, in ‘van ons’, in muren en grenzen en in ‘eigen volk eerst’?

We hebben ’s avonds met z’n vieren naar het PVV-filmpje gekeken. We hebben het er samen over gehad. Jongste zoon vond het slecht, maar dat had ook met de kwaliteit van de beelden te maken. En met Zwarte Piet; dat bleek voor de jongens niet meteen het eerste waaraan ze denken als het om Nederlandse cultuur gaat. Molens en tulpen trouwens ook niet. Een inhoudelijke discussie bleek best moeilijk en kwam weinig verder dan: “Hun ideeën spreken me gewoon niet aan.”

GEMENGDE GEVOELENS

Ik bleef achter met wat gemengde gevoelens. Onze zoons weten best hoe wij over dingen denken. Dat we vinden dat in Nederland plaats moet zijn voor iedereen. Dat we een ongelofelijk rijk land zijn en dat we van die overvloed best kunnen delen. Dat mensen verschillend zijn en dat dat niet erg is. Ze nemen onze opvattingen als baken, net als ik destijds deed. Ik voelde me er ongemakkelijk over. Zo’n 35 jaar ouder en een beetje wijzer, realiseer ik me dat wij makkelijk praten hebben over eerlijk delen. Wij eten er uiteindelijk geen boterham minder om. Ook dat probeer ik de jongens duidelijk te maken, maar het is een theoretische exercitie en dat kan ik ze niet kwalijk nemen. Ze weten niet beter. Geld komt uit de muur, ze hebben een eigen kamer, laptop en smartphone, drie keer per dag een maaltijd en best aardig zakgeld. Hoewel over dat laatste natuurlijk valt te twisten. En dus hebben we geprobeerd uit te leggen dat veel Nederlandse gezinnen het moeilijk hebben om rond te komen. Dat er veel bezuinigd is, dat mensen hun banen hebben verloren, boos en verbitterd zijn en dat dat ook begrijpelijk is. Dat mensen als Geert Wilders op die boosheid inspelen.

HOOPVOLLE DISCUSSIE

Gisteravond aten er vrienden van oudste zoon mee. Ook zij mogen straks voor de allereerste keer stemmen. Deze jongens nemen dat heel serieus. En zo ging het aan tafel weer over politiek, variërend van het BNP van Nederland, Geert Wilders en Jesse, tot de uitslag van de Stemwijzer die ze hadden ingevuld. Ze voelden allemaal aan dat uitsluiting geen oplossing biedt. Dat we het met elkaar moeten doen en dat iedereen die hier zijn leven wil opbouwen, die kans moet krijgen. Ze vonden dat iedereen dezelfde rechten én dezelfde plichten moet krijgen. Dat ‘Nederland’ belangrijk is, maar dat dat best kan samengaan met een gemêleerde bevolking. Als iedereen maar zijn verantwoordelijkheid neemt.

Ik vond het een hoopvolle discussie, zo bij die grote pan bami op tafel. Geert Wilders vindt het ongetwijfeld naïef, maar ik ben blij dat deze jongeren zich realiseren dat wie kiest voor vrede, kiest voor ‘samen’.

Dit verhaal verscheen eerder op de website ikbenverbonden.worldpress.com.

 

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error

Reageer op dit artikel

avatar

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

  Subscribe  
Abonneren op