Schemering

Voor mij zijn radiospelletjes een aardig tijdverdrijf. Vaak is het luisteren een wedstrijd met de deelnemer: wie weet als eerste het antwoord? Soms is er vooral verwondering: ABBA, stomkop! Maar misschien is het ook wel de bedoeling dat je bij zo’n spelletje in een kleine roes wegdommelt. En dat gebeurde na een uit de hand gelopen kantoorborrel op het Plein in Den Haag. Radiofragmenten probeerden mijn slaapdronken hoofd binnen te dringen. Wat had de luisteraar gehoord? Gloria Gaynor, Dire Straits, Neil Diamond, Dolly Dots en The Cats. Fout! Niet Gloria, maar Donna Summer. ‘Jammer’ vond de presentator, ‘de volgende keer beter’ vond de luisteraar. De wereld gaat aan laconiek ten onder. Of de luisteraar van de Dolly Dots hield? Nee, de meiden waren niet echt zijn ding. ‘Mooi’, zei de presentator, ‘dan draaien we nu het nummer van de Dolly Dots’. Over afscheid en dat het moeilijk is. Ik hou van radiologica.

Buiten was het prachtig weer, maar de herfst zat al in de lucht. Je rook en proefde het, het licht was vertrouwd Hollands en desondanks betoverend. In mijn hoofd dansten de Dots door een witte kamer. Met een roos. Dag en droom streden in mijn hoofd om de macht. Toch niet een verkeerd nummer. Het afscheid bleef maar pijn doen, maar de Dolly Dots maakten veel goed, en al die rozen. Meteen na de Dolly Dots werd een volgend nummer ingestart. De trompet kwam me heel bekend voor: een jingle van het oude radio Veronica, nog uit hun piratentijd.
Dusty Springfield begon te zingen. ‘The night runs away with the day, the grass that was green is now hay. The world goes around without even a sound and it looks like the summer is over ‘It looks like the summer is over.’ De melancholie van de trompet, de lage, hese stem en de tekst vormden één krachtig geheel en duldden geen tegenspraak. Langzaam mijmerde ik weg. Afscheid. De zomer was voorbij, de herfst was begonnen, maar dan wel één met rood en geel kleurende bladeren. Met mist in de morgen waar uit schaduwen koeien worden getoverd. En of het zo was afgesproken, stond ineens een aantal reizigers op die allemaal hetzelfde gekleed waren. Zonder spoor van twijfel of gene begonnen ze te klappen en te zingen. Ik aarzelde, meedoen of blijven zitten? Ik zette in en zong het laatste stuk luidkeels mee: ‘De vogels vliegen naar de zon, bladeren vallen één voor één op de grond. Warme lucht waait voorbij zonder tot ziens te zeggen, het ziet ernaar uit dat zomer voorbij is.’ Koorleden juichten, juryleden draaiden hun stoel.

De trein remde af en de conducteur kondigde veel te luid aan dat we het station naderden. Ik schrok wakker in een lege coupé en liep snel naar uitgang. Een paar minuten later liep ik buiten. Een paard brieste in de avondnevel, een dampende mestvaalt gaf de invallende avond kleur. Vogels floten de dag uit, om vervolgens in één keer stil te vallen. Het najaar was begonnen.

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!