Hebt u mijn man gezien?

Nee, toch niet die stropdas? Met een van afschuw vertrokken gezicht keek Els naar het oranje geval dat haar man zorgvuldig om zijn hals knoopte. Een dubbele Windsor zoals alleen hij dat kon. Toch bekroop haar ook een gevoel van trots. Wat hadden ze veel bereikt. Toen ze Anton leerde kennen, studeerde hij nog, theologie. Snel na zijn afstuderen werd Anton beroepen door een kerkgemeente in klein dorpje. Ze woonden in een mooi huis en hadden daar hun kinderen gekregen. Hoewel het dorp niet groot was, waren er drie kerken en twee huisartsenpraktijken. Hij, de voorgangers van de andere kerken, de huisartsen en een notaris die net buiten het dorp woonde, waren de enigen die gestudeerd hadden. Automatisch waren ze naar elkaar toegetrokken. Als ‘de notabelen’ van het dorp werden ze regelmatig benaderd om een rol te spelen in een plaatselijke vereniging.

Met enige schroom had hij er na een paar jaar in toegestemd voorzitter te worden van de Oranje-vereniging. Anton stond meestal niet te springen om dergelijke functies. Hij was niet dominee geworden om een rol te spelen in allerlei verenigingen. Els was echter trots op haar Anton en genoot van haar rol als vrouw van.
Hoogtepunt van het jaar was de aubade op koninginnedag. Bij gebrek aan een burgemeester speelde de plaatselijke fanfare een aantal liederen voor het bestuur van de Oranje-vereniging. En vandaag was het weer zover. Anton schoof zijn stropdas recht en samen vertrokken naar het dorpsplein. Anton nam plaats op het geïmproviseerde podium en Els tussen de schoolkinderen en de ouden van dagen. Met een serieus gezicht keek ze om zich heen. Zou iedereen wel zien dat het haar man was, die daar stond?

Vijfentwintig jaar later, nu vijf jaar geleden ging Anton met emeritaat. Hij was lang door gegaan met preken, maar de kerken werden leger en Antons preken warriger. Toen hij nog maar een paar keer per jaar door een gemeente werd uitgenodigd, vond hij het wel welletjes. Al jaren daarvoor had Anton een lintje gekregen voor zijn bestuurswerk. Els verdacht de verenigingen ervan een lintje te hebben aangevraagd om van Anton af te komen. Hij was in ieder geval vlak na het lintje met al zijn bestuurswerk gestopt. Samen hadden ze alle tijd gehad om te reizen, maar Anton raakte ook steeds vaker de weg kwijt.

Deze keer gingen ze naar Praag, met de bus. Het was een pittige reis, met veel stops. Anton werd daar wat onrustig van, bij iedere stop dacht hij dat ze er waren. Hij rende dan naar voren en stapte als eerste de bus uit en maakte dan zijn vaste grap ‘zo nu eerst een Pilsen’. Dat bus overal stopte behalve in Pilsen vond hij maar een detail. De medereizigers lachten welwillend. Terwijl Anton naar buiten rende, bestudeerde Els aandachtig haar schoenen.
Toen ze zelf uit de bus klom, was Anton in geen velden of wegen te bekennen. Ze keek geagiteerd om zich heen, rende een paar maal om de bus heen en klampte andere reizigers aan. Hebt u mijn man gezien?

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!
error