Eenzaam

Mevrouw komt voor een intakegesprek en steekt meteen van wal. Haar man is drie maanden geleden overleden. Ze slaapt slecht, voelt zich boos en alleen. De huisarts heeft haar verwezen. ‘Ik weet niet of dit iets voor mij is’.
Ik probeer structuur in het gesprek te krijgen en duidelijk te krijgen wat haar hulpvraag is en hoop dat het voor haar ook verhelderend werkt.
Haar man is overleden na een lange ziekteperiode, aanvankelijk alleen lichamelijk, maar later ook mentaal. Mevrouw wilde zelf voor haar man zorgen. Ze kon hem niet meer alleen laten. De boodschappen en medicijnen liet ze bezorgen. Buren vroegen bij een praatje of ze wat voor hen konden doen, maar dat was niet nodig.

Ze was blij dat hij dood was, het was geen fijn huwelijk geweest. Kinderen waren er niet gekomen. Toen ze jonger was had ze nog wel afgesproken met vriendinnen en liep ze collectes. Ze kwamen ook nog in de kerk. Maar ze was teleurgesteld in de kerk en haar vriendinnen. ‘Ik moest het toch alleen doen’. Nu hij dood was kon ze er op uit, maar er was niemand om mee af te spreken. Bij de uitvaart was familie geweest. Ook in hen was ze teleurgesteld. Ze hadden gezegd dat ze langs zouden komen, maar ze had niets meer van ze gehoord. De zus van haar man had een paar weken na de begrafenis gebeld, maar toen stond ze op het punt boodschappen te doen en had ze het kort gehouden. Ze had haar zelf niet meer terug gebeld.

Tot haar eigen verbazing vindt ze het prettig om hier haar verhaal te doen. Ze heeft nooit ergens over gepraat. Ik leg haar uit dat ze, ondanks dat ze zegt blij te zijn dat haar man dood is, toch rouwt. Dat we allemaal een eigen levenslijn hebben en wanneer we een relatie krijgen daar een relatielijn bij komt. In de loop van haar relatie is haar eigen levenslijn steeds meer vervaagd. Het heeft tijd nodig om die weer meer voor het voetlicht te krijgen. Haar gevoelens van eenzaamheid zijn begrijpelijk, maar ik bespreek ook haar eigen aandeel daarin. Als opdracht krijgt ze mee haar schoonzus te bellen en een afspraak te maken.

Een week later spreek ik haar weer. Ze had de nacht na het gesprek beter geslapen. ‘Zou praten toch helpen?’ Het is gelukt om een afspraak te maken met haar schoonzus. Het was eerst onwennig, maar ook fijn. De familie had wel gezien dat het huwelijk niet altijd goed was. Ze hadden nooit durven vragen naar de kinderloosheid. Ze hadden wel geprobeerd contact te zoeken buiten de verjaardagen om, maar kregen het gevoel op afstand gehouden te worden. Ze dachten dat hun schoonzus een hekel aan de familie had.
Vandaag komen voor het eerst tranen. Er is nog veel te verwerken, maar de eerste stappen zijn gezet. Haar eigen levenslijn komt weer meer in beeld en ik hoop van harte dat mevrouw nog wat goede jaren krijgt om daarvan te genieten.

(Elke overeenkomst met werkelijk bestaande personen berust op toeval).

Sprak dit verhaal je aan? Deel het op je Facebook en Twitter!