Help! Mijn vriendin is schrijver

Het is woensdag en met een ferme tred stap ik goedgemutst de kantoortuin binnen.
‘Ha! woendag, columndag’ schreeuwen mijn bureau-eilandgenoten mij reeds toe. Ze doelen op de column van mijn vrouw. Op donderdag in een populair damestijdschrift met onder de toenemende vaste lezers ook mijn collega’s die inmiddels weten dat de column op woensdagmiddag al online komt. 

“Help! Mijn vriendin is schrijver” verder lezen

Na de val

Het glas stond er nog. Er was nauwelijks iets uit verdampt. Geen kalkkringen, zacht water. Ik rook eraan, zonder reden, gooide het leeg in de gootsteen en vulde het met vers water uit de kraan. De balpen en het pak A-vierpapier lagen ook nog op de eetkamertafel. “Na de val” verder lezen

Pierrot

Juist nu het lukt te een beetje te ontspannen zie ik het. Fietsen in het donker: ik probeer het te vermijden, maar in de winter ontkom ik er niet aan. De fotografiecursussen voor volwassen die ik geef zijn altijd ’s avonds. Dikke wolken maken deze dinsdagavond nog donkerder. Halverwege mijn derde ‘lage buik-ademhaling’ – een trucje van de psycholoog – zie ik iets oplichten op het donkere laantje. Ik trap door. Adem in… Is het een gezicht?! Stop jezelf iets in te beelden! …. Adem uit. Ik kijk naar mijn stuur en weer vooruit. Het is er nog. Een wit gezicht. Boven een pak. Wit. Ik klem mijn hand om de telefoon in mijn rechter jaszak en trap door. Vlakbij nu. Het is geen gezicht, het is een masker. Pierrot. Rode lippen, witte wangen met zwarte tranen. Hij draait zijn hoofd. Kijkt. Er is iets onmiskenbaar triests in zijn houding. Dat zit hem niet alleen de tranen. Het zijn zijn schouders, afhangend in de witte overall. Het is zijn slepende stap. Dan doe ik iets dat ik van mezelf nooit had verwacht. Ik rem en stap af. ‘Gaat het?’ 

“Pierrot” verder lezen

De fietstunnel

Hollen moest hij, hollen in de avond. Vijf dagen per week was hij overdag paraat voor de winst. De winst van het bedrijf waar hij werkte.

Donkere avonden in de wintermaanden. Het had ook zo zijn voordelen. Rennend in het donker door de weilanden waren zijn zintuigen extra scherp. Rennen was goed voor zijn ietwat onrustige kloppende hart, zo zei de dokter. Dus daar ging hij weer.

Het gras rook dieper in het duister en de vleugelslagen van een enorme onbekende vogel vibreerde merkwaardig vaak geluidloos voorbij. Het wanhopig geritsel van muisjes langs de kant op zoek naar iets te nassen. Scherp, vol en met focus voltrok zich de nacht aan hem via zijn neus en oren. Een beweging net half buiten zijn ooghoek.  Alsof, al rennend, een andere dimensie zich in zijn lijf open zette of op zijn minst aan zijn zintuigen klopte.

Fijn wel, maar tijdens zijn eenzame nachtruns speelden ook zijn aloude kinderangsten op. Onbenoembare geluiden, een rare flits, een nieuwe onverklaarbare geur.  “De fietstunnel” verder lezen

Niets zeggen

Ze slaapt rustig
in de slaapkamer hiernaast
dus ze komt het niet te weten
als wij stilletjes
niets zeggen

laat me strelen
laat me voelen
ach, ik weet dat je het wil
dit is toch duidelijk meer
dan vriendschap
wat ik nu ga doen
maakt het verschil

nee, het zijn echt niet je ogen
of die aanstekelijke lach
het gaat ook niet om je
krullen die dansen op je rug
Nee, echt geloof me nou mijn lief
dit is puur om mij en jou
of misschien beter gezegd
enkel om mij en mijn gerief.

Meisje

Op een veel te dure training over persoonlijk leiderschap, die van dinsdagavond tot zaterdagmorgen duurde, op de Veluwe, in een voormalig papierfabriekje, met een heus waterrad dat door de ijskoude spreng in beweging werd gehouden, vertelde één van de trainers een geschiedenis die werkelijk diepe indruk op mij maakte. 

“Meisje” verder lezen

Gelukkig gezin

Ergens op een eilandje in de Zuid-Chinese zee, augustus 2019, 9.00 uur ’s ochtends.

Slaperig roer ik door mijn waterige cappuccino, doe nog een vergeefse poging om een wifisignaal op te vangen als ik ze uit mijn ooghoeken voorbij zie lopen. Het duikpak half afgestroopt, druppels glinsteren nog op de bruine, gespierde benen, een opgewekte heldere glimlach op beide gezichten. De Man, een warrig bos haar boven zijn helderblauwe ogen, midlife maar zeker niet in crisis, en de Vrouw, leeftijd moeilijk in te schatten, een natuurlijke schoonheid, raakt zacht de arm van de Man aan als ze bij het tafeltje hun spullen neerzetten. Drie puberdochters kijken op van hun telefoon. Vol enthousiasme beginnen de Man en de Vrouw te vertellen over hun eerste duik van vanmorgen. Dochter één, een spitting image van haar moeder, legt haar telefoon weg en tovert een glimlach op haar gezicht. Nummers Twee en Drie volgen lachend. De Man gebaart hoe groot de vissen waren, de Vrouw, roze blos, knikt trots. 

“Gelukkig gezin” verder lezen

Gelukkigste jeugd


Het was een mooie zomer. De eerste zomer ook dat hij niet met zijn ouders mee op vakantie zou gaan. Dat was zijn eigen keuze geweest. Zijn oudere broers vonden dat een suffe actie van hem. ‘Geniet er nog even van’ hadden ze gezegd. Nou, nee dus, hij bleef thuis. Beetje werken en vooral chillen. Dat lukte vrij aardig. Het was mooi weer dus hij hing veel rond op het strand. Beetje te veel werken, dat was natuurlijk wel vet kut.

“Gelukkigste jeugd
” verder lezen

Bezoek

Het huis geurt naar koffie. Judith geniet met volle teugen van haar vrije dag. Ze heeft uitgebreid een bad genomen en geniet nu van een ontbijt met warme croissants, verse jus d’orange en een zachtgekookt ei. Op gewone dagen eet ze haastig een bak yoghurt met muesli. Vandaag uitgebreid de krant erbij en op de achtergrond een muziekje. Heerlijk.

“Bezoek” verder lezen

Buurt WhatsApp

Het miezert en bij iedere trap wordt zijn gezicht natter, hij hoopt zijn zoon snel te vinden. Koplampen van voorbijrazende auto’s weerkaatsen op de natte stenen. Als zijn voorwiel wegglijdt over een natte, omhoogstekende steen, blijft hij maar net overeind. Binnensmonds vervloekt hij zichzelf en zijn zoon. Hij veegt de druppels uit zijn ogen en fietst verder.

“Buurt WhatsApp” verder lezen