Het bed van muggen, de muggenman en de stilte

Zoemend werd ze begeleid naar de verende bodem van zachte aarde, bladeren en de planten van vorig jaar. De muggen leken hun goedkeuring te geven aan deze beweging want ze leken nog harder te trillen, instemmend geluid te maken en pas op de plaats te maken om haar in ogenschouw te nemen. Zo tenminste ervoer Geza dat. Ze kon niet meer, verdwaald als ze was in dit Elzebroekbos. Een moeras van stilstaand water, elzen en kamperfoelie vervolmaakten de lucht tot een ranzig parfum. Zo was heel Nederland meer dan 2000 jaar geleden. Nu nog in hier en daar in grotere en kleinere gebieden te vinden. Geza had besloten, afdwalend van het Pieterpad, dit omweggetje te nemen. Tenminste, dat was de bedoeling. Ze was heftig verdwaald, had in rondjes gelopen, was in het moeras gevallen en alles was vies en nat inclusief haar kekke witte sokjes. Haar telefoon werd, als hij het nog deed, opgenomen door de muggen en merels ergens achter haar. “Het bed van muggen, de muggenman en de stilte” verder lezen

Henriette Delvillage

Ze herkent hem onmiddellijk. Strak in het pak, glimmende Floris Van Bommel schoenen. Hij kijkt haar indringend aan. Onder zijn blik is zij zich bewust van haar perfect passende blouse die de prominente rondingen van haar borsten accentueert. 
‘Welkom,’ zegt ze en steekt haar hand uit. ‘Henriette Delvillage.’
‘Lucien van Ekeren.’ Zijn handdruk is stevig. Zijn donkere stem klinkt nog even zelfverzekerd als toen. “Henriette Delvillage” verder lezen

In één week

Ze had dit jaar na enig aarzelen een afspraak gemaakt. Vorige keer had ze de beker aan zich voorbij laten gaan. De keer daarvoor was ze misselijk van de pijn geworden toen haar borsten tussen de platen van het röntgenapparaat geplet werden door een hardhandige dame. Die keer was het wel een soort van gespannen gezellig in de wachtruimte van de bus met allemaal bekende vrouwen. Nu was ze de enige. De afspraken werden coronaproof gepland.

“In één week” verder lezen

Onder de stationsklok – Nieuwe ontmoetingen

Aan het raam

De stationsrestauratie schudt als een goederentrein langs het perron sukkelt. Het kunstige patroon in het schuim van mijn cappuccino laat zich er niet door verstoren. Het zijn mijn handen die trillen als ik het kopje optil. Ik zet mijn ellenbogen wat fermer op het tafeltje. Mijn mond laat zich allang niet meer vertellen hoe het hoort en koffie druipt over mijn kin. Ik veeg mijn gezicht af met mijn zakdoek. “Onder de stationsklok – Nieuwe ontmoetingen” verder lezen

Geen weg terug

Hij kuste haar zachtjes in haar nek terwijl zij de picknick-spullen uit de auto pakte. ‘Wat heb ik dit gemist,’ verzuchtte hij. ‘Laat me eerst dit even doen,’ antwoordde ze.
Ze hadden maanden thuis gezeten in hun tweekamerappartement dat fungeerde als woonhuis, kantoor, sportschool en slaapkamer. Niet als liefdesnestje, daarvoor was hun huis al snel te klein geworden. Nu waren ze voor het eerst weer eens op pad. Hij had het met grote hanenpoten op de jaarkalender in keuken gezet: ROADTRIP. Nu was dat een groot woord voor een reisje dat hun niet verder zou brengen dan Havelte, maar het voelde als een nieuw avontuur door een onbekend gebied. “Geen weg terug” verder lezen